Over ons                                                
 
 
     
 
     
 
     
 
     
 
STICHTING DE RONDE HOEP
Gespreksnotitie t.b.v. Overleg met Overheden op 22 april 2008

Ten behoeve van een zo doelmatig mogelijk verloop van het overleg op 22 april 2008 met in ieder geval de Provincie Noord Holland en mogelijk ook de Gemeente Ouder-Amstel alsook het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht wil de Stichting De Ronde Hoep met deze gespreksnotitie vooraf kenbaar maken wat zij van haar kant in dit overleg aan de orde wil stellen, naast hetgeen natuurlijk door de overige overlegpartners wordt ingebracht. Daartoe worden hieronder, kort geannoteerd en voorafgegaan door een algemene opmerking, een drietal agendapunten gepresenteerd. Deze kunnen in het overleg zonodig ad libitum nader worden toegelicht.
 
Algemeen.
 
De Stichting heeft zich vanaf het begin zeer kritisch getoond t.a.v. van de aanwijzing en gereedmaking van de Polder De Ronde Hoep voor calamiteitenberging van water door het aanbrengen van voorzieningen voor gereguleerde inundatie. Voor de ontwikkelingen die daaraan ten grondslag liggen verwijzen wij kortheidshalve naar onze brief van 12 maart j.l. aan de Provincie Noord Holland als reactie op een brief van 19 februari 2008 waarin de Provincie haar “beleving” communiceerde van een op 23 januari 2008 gehouden informatieavond. De Stichting heeft in dat verband geen andere keus dan zich te scharen achter de LTO Klankbordgroep, die zich onlangs onomwonden tegen de voorgenomen plannen tot calamiteitenberging heeft uitgesproken.
 
Inhoudelijk weegt daarbij voor de Stichting zwaar dat de onderzoeken die de aanwijzing en inrichting moeten dragen, meerdere jaren oud zijn en inmiddels gedateerd genoemd mogen worden.
 
Dit wordt o.a. veroorzaakt door het feit dat in de organisatie van de risico- en crisisinterventie met betrekking tot het overstromingsgevaar zich inmiddels ingrijpende veranderingen hebben voltrokken en zich nog aan het voltrekken zijn. Daarnaast zijn, mede als gevolg daarvan, thans zowel materieel als financieel nieuwe mogelijkheden beschikbaar die er ten tijde van de onderzoeken nog niet waren. Gedoeld wordt hier op de ontwikkelingen die zijn ingezet met danwel voortvloeien uit de activiteiten van de Taskforce Management Overstromingen (TMO).
 
Centraal staat daarbij voor de Stichting de observatie dat voor de geldigheid van de onderzoeksresultaten die de voorgenomen aanwijzing en inrichting moeten dragen, niet zozeer de wetenschappelijke aannames als wel de beleidsmatige aannames doorslaggevend zijn. Gegeven de wetenschappelijke uitgangspunten zijn de gevolgen van de aanwijzing en inrichting zoals die de bevolking thans worden voorgehouden alleen waar onder aanname van een bepaald uitvoeringsbeleid (lees: crisisinterventiebeleid), terwijl de aanwijzende en inrichtende overheden weten, althans kunnen weten, dat zij terzake als zodanig geen enkele executieve bevoegdheid hebben.
 
De Stichting wil zich daarom in het belang van, ex aequo, de bewoners, de cultuurhistorische waarde en de agrarische productiewaarde van de Polder de Ronde Hoep, maar ook en wellicht vooral in het belang van de 1,2 miljoen inwoners van de regio inzetten voor de realisatie van beleidsonafhankelijke voorzieningen in het kader van het overstromingsrisico. Daarbij valt te denken aan zowel immateriële als materiële voorzieningen, cq.l aan een combinatie van beide. De Stichting opteert in eerste instantie voor een combinatie van dergelijke beleidsonafhankelijke voorzieningen en in tweede instantie voor een toereikende beperking tot immateriële voorzieningen.
 
Ten behoeve van de eerste optie wil de Stichting naast deze algemene opmerking de volgende drie punten in bespreking brengen.
 
Geen impliciete besluitvorming
 
De Stichting heeft zich altijd verzet en zal zich blijven verzetten tegen de werkwijze waarin het maken van een keuze-ten-principale wordt vereenzelvigd met een bepaalde specifieke invulling van die principiële keuze. Een eventuele keuze voor het treffen van maatregelen vooraf, mag op geen enkele wijze impliceren dat dan ook automatisch gekozen is voor gereguleerde inundatie. In de visie van de Stichting is stap 1: treffen we maatregelen vooraf of niet, en in het bevestigende geval is stap 2: waaruit zouden die maatregelen dan moeten bestaan. De Stichting constateert dat tot nu toe de bewoners, eigenaren en gebruikers van de polder niet bij deze afzonderlijke stappen betrokken zijn geweest. Alleen één door de Provincie bepaalde uitkomst is in een tweetal informatieavonden per saldo dwingend aan hen voorgelegd. De Stichting pleit ervoor deze twee stappen opnieuw afzonderlijk en nu wel in overleg met de bewoners, gebruikers en eigenaren te nemen.
 
Absolute schadeverantwoordelijkheid
 
Met het steeds complexer worden van de samenleving nam ook het risico op steeds complexer verlopende en/of uitwerkende natuurlijke en/of menselijke rampen toe. Dat heeft vooral het laatste decennium tot een steeds verdergaande professionalisering van risico- en crisisinterventie geleid. Bestuurlijke en ambtelijke functionarissen die zich op enig moment op enigerlei wijze tot risico- en/of crisismanagement geroepen weten, worden in toenemende mate voor hun rol professioneel geschoold en getraind. In dat kader is het een algemeen aanvaard interventiemiddel geworden om door middel van een bewust genomen managementbeslissing een kleinere groep burgers bewust schade toe te brengen (althans die schade te vergroten) om zo een grotere groep burgers voor die schade te behoeden (althans die schade te beperken). Het bewuste en incidentele karakter van een dergelijke interventie, alsmede het selectieve effect ervan op een specifieke groep burgers, maakt de overheid onder wiens verantwoordelijkheid die interventie is gepleegd, volledig en zonder voorbehoud aansprakelijk voor de directe en indirecte schade die het gevolg is van die interventie. Het maakt daarbij geen verschil of die crisisinterventie wordt geëffectueerd door het bedienen van een inlaatwerk danwel door het doorsteken van dijken. Dat bepaalt wellicht de omvang van de schade maar niet de omvang van de aansprakelijkheid. Iedere bepaling die, in dit specifieke geval van crisisinterventie, een dergelijke aansprakelijkheid beoogt uit te sluiten danwel te beperken, lijkt naar het oordeel van de Stichting in strijd met geldend Europees recht en leent zich in het uiterste geval tot overeenkomstige toetsing.
De Stichting pleit ervoor en wil zich er voor inzetten dat de betrokken Overheden deze specifieke principiële en absolute schadeverantwoordelijkheid erkennen.
 
Aquatunneling
 
De Stichting stelt zich op het standpunt dat technische oplossingen die voorkomen dat tot al dan niet gecontroleerde inundatie moet worden besloten, de grootste mate van beleidsonafhankelijkheid kennen. Anders dan bij bijvoorbeeld gereguleerde inundatie verandert het schadebedreigings- en blootstellingspatroon voor de bevolking niet als er beleidsmatige veranderingen (moeten) optreden in de aard en omvang van het gebruik en de inzet van zo’n voorziening. Binnen de grenzen van de berekende capaciteit van zo’n voorziening hebben zelfs (gedwongen) bijstellingen in de wetenschappelijke aannames voor inzet en gebruik geen gevolgen voor het bedreigings- en blootstellingniveau. Met inachtneming van deze criteria is binnen de Stichting het concept van aquatunneling ontwikkeld. Zeer kort gezegd komt dit neer op het doormiddel van geboorde ondergrondse tunnels grootschalig transport van water mogelijk maken. Oorspronkelijk werd daarbij alleen gedacht aan de afvoer van overtollig water. Maar ingaand op positieve reacties en suggesties die de Stichting tot nu toe heeft gekregen op het idee, is dit uitgebreid met, naast de afvoer van overtollig water, de aanvoer van goed water ter vervanging, cq. verdringing van slecht water en de aanvoer en opslag van water ter compensatie van droogteperiodes. Het ondergrondse principe heeft als bijkomende voordelen minder planologische beperkingen en geen aantasting van het landschap. In het kader van de Ronde Hoep komen in principe twee varianten in aanmerking: een aquatunnel naar IJmuiden of een aquatunnel naar Zeeburg. Gezien o.a. de op landelijk niveau in gang gezette structuurveranderingen in het overstromingsmanagement en de rol die het IJsselmeerbekken daarin krijgt, ligt de Zeeburgvariant het meest voor de hand. De Stichting onderzoekt thans de mogelijkheden om in consortiumverband een haalbaarheidsonderzoek te doen. Het voorstel heeft voldoende innoverende waarde om het haalbaarheidsonderzoek in aanmerking te doen komen voor financiering uit de budgetten van bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, het programma Flood Control 2015 van de Nederlandse regering. Financiering van een eventuele realisatie, bijv. met (gedeeltelijke) inzet van Nederlandse en/of Europese structuurfondsen, zou deel uit moeten maken van het haalbaarheidsonderzoek. Zowel nationaal al internationaal lijkt een herhaalde toepasbaarheid van het concept groot.
De Stichting pleit voor een PPP met participatie van haar gesprekspartners in de verdere ontwikkeling van dit initiatief.
 
 
© De Rondehoep, Deze pagina is het laatst gewijzigd op: 27-02-2010