In de media                  
 
 
     
 
     
 
DE PROBLEMATIEK IN DE MEDIA

Relevante artikelen zullen op deze pagina gepubliceerd worden.

KLIMAAT BEPAALT DE RUIMTE

 

Zonder visie en regie geen droge voeten

 

» Hans Verbraeken

 

Het water komt. Vanaf de zee, via de rivieren, vanuit de lucht én vanuit de grond. Maar voorlopig is er te weinig regie en visie op een klimaatbestendig Nederland, zegt de Vrom-raad

 

DEN HAAG — De Nederlandse overheid moet de komende jaren op grote schaal grond aankopen en reserveren als antwoord op de al te signaleren klimaatverandering. Voor waterberging, als overloopgebieden. ‘Als we die kans laten glippen dan nemen navolgende generaties ons dat absoluut kwalijk’, zegt de rijksadviseur voor het landschap, Dirk Sijmons. ‘We moeten een gemeenschappelijk grondaankoopbedrijf voor het Rijk hebben.’ Nu is het volgens Sijmons het moment. De landbouw doet immers een stapje terug. Over tien jaar zijn we te laat, dan heeft die grond een andere bestemming en kost aankoop ervan miljarden meer.
       Sijmons voerde zijn pleidooi gisteren bij de presentatie van het advies van de Vrom-raad over de noodzaak om de ruimtelijke ordening in Nederland robuust aan te passen aan de klimaatverandering. Het rapport ‘De hype voorbij. Klimaatverandering als structureel ruimtelijk vraagstuk’ werd gisteren aan minister Jacqueline Cramer van Vrom overhandigd.
       Nederland moet zich onverwijld ruimtelijk aanpassen aan de al waarneembare klimaatverandering. Maar tot nu toe is er geen strategie en centrale regie, zo concludeert de Vrom-raad, waarin ook Sijmons zitting heeft. Bestuurders en beleidsmakers denken bij dit onderwerp te veel vanuit sectoren, eendimensionaal en defensief.
       Zo is er alle aandacht voor de problematiek van de zwakke kustdelen, vanwege de zeespiegelstijging. Maar er wordt te weinig nagedacht over andere aspecten van de klimaatverandering, de intensiteit van de stormen, de piekneerslag of over de problemen van het opkomend kwelwater. Tegelijk zijn de aangedragen oplossingen te weinig gekoppeld aan andere problemen van ruimtelijke ordening, zoals het behoud van het landschap.
       Noodzakelijk is een nieuw offensief en integraal ruimtelijk beleid, waarbij de minister van Vrom de troepen aanvoert. Veel meer dan nu het geval is, moet de minister van Vrom van haar coördinerende bevoegdheden gebruikmaken om Nederland voor rampen te behoeden. Per slot van rekening hebben het bedrijfsleven en de burgers er kennelijk grenzeloos vertrouwen in dat de overheid het wel regelt, zo stelt de Vrom-raad vast. ‘Het klimaatthema staat momenteel weliswaar hoog op de publieke agenda, maar de omzetting naar beleid blijft achter’, concludeert de voorzitter van de werkgroep binnen de raad, Maarten Hajer, hoogleraar politieke wetenschappen en openbaar bestuur aan de Universiteit van Amsterdam.
       De Vrom-raad haalt behoorlijk uit naar het sinds vorig jaar lopende rijksoverheidsprogramma ARK (Adaptieprogramma Ruimte en Klimaat). Daarin werken verschillende overheden onder leiding van Vrom aan ruimtelijke aanpassing aan klimaatverandering. ‘Maar Vrom heeft nauwelijks een sturende rol. ARK is vooral een ambtelijke aangelegenheid van Vrom en Verkeer en Waterstaat en dreigt te worden verzwolgen in de veelheid van interdepartementaal afgestemde prioriteiten.’
       De discussie over klimaatverandering wordt in de ogen van Hajer nog vooral gevoerd over ‘mitigatie’, over maatregelen om de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken. ‘Adaptie’ oftewel aanpassing van Nederland ruimtelijk én ook maatschappelijk en bestuurlijk aan klimaatverandering is nog onderbelicht.

  

Een medewerker van het gemaal Abraham Kroes geeft aan hoe hoog het water zal komen in de Zuidplaspolder bij Nieuwerkerk aan de IJssel. Hier in de buurt bevindt zich het laagste punt van Nederland. De Vrom-raad vraagt zich sterk af of hier wel woningbouw moet komen.

FOTO: JORGEN CARIS/HH

 

       De wetenschappers van de raad signaleren een ‘mismatch’ tussen enerzijds de complexiteit van het klimaatprobleem en anderzijds de te korte zichttermijnen van bestuurders en beleidsmakers. Die kijken ‘te gefragmenteerd, waardoor ze te snel schakelen naar sectorale, technische oplossingen’.
       Nederland moet leren leven met onzekerheid over de omvang van de klimaatverandering, aldus het rapport. ‘Het klimaatsysteem verandert en we weten ook in welke richting’, zegt Hajer. ‘Alleen onze kennis vertoont leemtes. Maar de temperatuurstijging zal zich nog wel doorzetten. Mogelijk is zelfs het meest negatieve model van het IPCC niet negatief genoeg. Maar de mogelijke gevolgen van klimaatverandering zijn echter zodanig groot dat niets doen onverantwoord is. Afwachten is geen optie.’
       Concreet adviseert de Vromraad de overheid al maatregelen te identificeren die altijd zinnig zijn met het oog op de klimaatverandering, zoals verhoogde aanleg van infrastructuur die direct landsdelen compartimenteert. Ook moet de overheid al starten met het aanwijzen van waterbergingsgebieden. Reserveer ze, en koppel dat met natuuraanleg.
       Zo moet de rijksoverheid ook al aan de slag gaan met de voorbereiding van eventuele ruimtelijke ingrepen. ‘Voorstudies naar waarschijnlijke maatregelen kunnen in zo’n geval de voorbereidingstijd verkorten. Om gaande het besluitvormingsproces wegens veranderende inzichten te kunnen bijsturen, moeten ‘momenten van heroverweging’ oftewel nooduitgangen worden ingebouwd, omdat het altijd lastig is om besluiten te herzien.
       In het rapport wordt ook gepleit voor heroverweging van bestaand beleid. ‘Zo zijn bij de nieuwbouwplannen voor de Zuidplaspolder (tussen Rotterdam, Zoetermeer en Gouda — red.) klimaatscenario’s niet voldoende meegewogen. Dit laaggelegen gebied zou mogelijk vrijgehouden moeten worden voor waterberging. De woningbouw die daar nu gepland wordt, maakt dit op de lange termijn onmogelijk. De Vrom-raad adviseert dergelijke besluiten nogmaals te heroverwegen.’
       Minister Cramer reageerde woensdag positief op het rapport ‘In essentie ben ik het eens met het rapport. Regie? Ja. Ik wil één integrale aanpak, maar dat is een zware klus, niet alleen op rijksniveau maar ook met de medeoverheden. We hebben een historische ervaring die niet zo positief is.’ Met die medeoverheden, de provincies en gemeenten, wil de minister naar eigen zeggen ‘klip-en-klare afspraken’ maken en daar moet iedereen zich dan ook aanhouden. ‘Dan zal ik bestuurders op hun schouders tikken of soms meer dan dat.’ Ook wil ze afspraken maken met haar collega’s. ‘Het zal wel even wennen zijn, het zijn allemaal toko’s.’

 


 
© De Rondehoep, Deze pagina is het laatst gewijzigd op: 27-02-2010