Waterschap                        
 
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
AANTEKENEN
 
 
Gedeputeerde Staten van Noord-Holland
t.a.v. mevrouw Anneke Houdijk
Postbus 3007
2001 DA Haarlem
 
 
 
 
Ouderkerk aan de Amstel, 4 februari 2009
 
 
Betreft : Ontwerp Provinciaal Waterplan 2010-2015 / Inspraak
 
 
Zeer geacht leden van Provinciale Staten van Noord-Holland,
 
Met waardering en dank voor de door U geboden mogelijkheid tot inspraak op het ontwerp-Waterplan 2010-2015 geven wij U als volgt onze zienswijze
 
1. Formele aspecten
In overeenstemming met Voordracht 43 van Provinciale Staten van Noord-Holland constateren wij dat ontwerpbesluit 43 juridisch niet correct is. Kennelijk wordt Uwerzijds gemeend dat het voorgestelde besluit ondanks bedoeld gebrek niettemin rechtsgeldig is. Voorshands en ter behoud van rechten bestrijden wij dit standpunt en menen wij dat (handhaving van) in de Voordracht 43 bedoelde besluitvorming van Provinciale Staten in strijd is met één of meerdere algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Indien het besluit toch rechtsgeldig zou blijken te zijn, menen wij subsidiair dat in de te zijner tijd aan de Wet aan te passen (nieuwe) Verordening noch in formele noch in materiele zin ten nadele van de burger zou mogen worden afgeweken van de thans gevolgde vertaling van de Wet naar (oude) Verordening.    
 
Voorts merken wij op dat de onderhavige inspraak betrekking heeft op een versie van het ontwerp Waterplan waaraan anders dan als gevolg van deze inspraak, veranderingen kunnen worden aangebracht. Wij vrezen dat zulke veranderingen weliswaar van groot belang kunnen zijn voor een desbetreffend deelgebied maar Uwerzijds voor het Waterplan als geheel van een dermate “ondergeschikte” betekenis in de zin van art 2.2.a Inspraakverordening Noord-Holland 2005 (“geen inspraak ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van eerder vastgesteld beleid”) kan worden bevonden en mitsdien buiten inspraak zal worden gehouden. De door U beoogde inspraak zal daardoor voor betreffend deelgebied onvolledig en ondoelmatig kunnen blijken te zijn. Daarom verzoeken wij U, in ieder geval indien zo’n verandering betrekking zou hebben op de Ronde Hoep, ook daarvoor gelegenheid te bieden voor inspraak.
 
2. Strategische Milieubeoordeling (SMB)
Zeker met betrekking tot de beoogde aanwijzing van de Ronde Hoep voor (gecontroleerde) calamiteitenberging als nevenfunctie menen wij dat er – mede op grond van de richtlijn 97/11/EG (categorie 10 onder f : “werken ter beperken van overstromingen”; “landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang”) of andere Europese en/of Nederlandse wet en regelgeving – voldoende aanleiding bestaat voor (onderzoek naar de noodzaak van) een milieubeoordeling van het ontwerp-Waterplan (of onderdeel daarvan). Alleen al de “locatie” aanduiding zorgt voor voldoende “concreetheid” en omdat het desbetreffend onderdeel niet in de wet is geïmplementeerd kan daarvoor ook geen beroep worden gedaan op een drempelwaarde (zie ook de PlanMer-handleiding van VROM). Het moge duidelijk zijn dat de vereiste publieke bekendmaking dient te geschieden voorafgaand aan de vaststelling van het plan. Ten aanzien van de door U in dit kader genoemde kop-peling met een in januari 2009 (?) in te dienen ontwerp-Structuurvisie constateren wij dat laatst genoemde ontwerp bij het schrijven van deze inspraakbijdrage tijdens de inspraakperiode van het ontwerp-Waterplan2010-2015 nog niet ter inzage is gelegd. Daarmee is de burger met betrekking tot de inspraak over het ontwerp-Waterplan 2010-2015 de mogelijkheid ontnomen om de relevantie van de in de ontwerp-Structuurvisie te verwerken resultaten voor de PlanMer voor dit ontwerp-Waterplan te beoordelen. Zoals gezegd dient bedoelde milieubeoordeling in een zo vroeg mogelijk stadium plaats te vinden om gebreken in de plannen zo snel mogelijk te kunnen bijstellen en om aldus de milieuwinst zo groot mogelijk te kunnen laten zijn. Wij menen dan ook dat een zorgvuldige beoordeling van de milieuproblema-tiek in het onderhavige onderwerp en met name ter bescherming en handhaving van de Ronde Hoep als uniek en duurzaam weidelandschap vereist dat een PlanMer c.q. SMB beoordeling reeds nu in het ontwerp-Waterplan2010-2015 wordt betrokken.
 
3. Ondeugdelijke voorbereiding van de bestuurlijke besluitvorming
Zeker voor wat de polder de Ronde Hoep betreft is de aanloop naar onderhavige besluitvorming ondeugdelijk geweest en is een besluit daarover mede gezien de nog vele onzekerheden over de oorzaken en gevolgen van inundatie van de polder en mede gezien de aanwezigheid van mogelijke alternatieve oplossingen tenminste prematuur althans in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
 
Wij doen al sinds maart 2006 zowel schriftelijk als mondeling onze uiterste best om tot overleg en samenwerking met Provincie en Waterschap te komen en dan wel overleg in de zin van twee richtingen verkeer. Vooral van de zijde van de Provincie hebben we, wellicht met uitzondering van de bespreking op 22 april 2008, daartegen grote weerstand ondervonden met alle vertragingen van dien. Voor de goede orde sturen wij U bijgaand als bijlagen ons verslag van die bespreking (Bijlage I), de reactie van het Waterschap namens de samenwerkende overheden (Bijlage II) en constatering door Dijkgraaf van recht op 100% schadevergoeding bij ongecontro-leerde inundatie (Bijlage III).
 
En dan meent GS ineens “de knoop te moeten doorhakken”, zoals wij konden vernemen uit een reactie van de gedeputeerde Water en Europa op een opiniestuk van Marc Chavannes in de NRC van 11 december j.l.. In onze reactie op haar bijdrage spraken wij daarover onze verbazing uit. Wij menen namelijk dat knopen pas kunnen worden doorgehakt nadat alle argumenten op tafel liggen en de voors en tegens daarvan kenbaar zorgvuldig zijn gewogen. Als er in dit geval van zoiets sprake is geweest dan hebben de bewoners van de Ronde Hoep daar niets van gemerkt. Een niet nader toegelichte constatering door de Provincie van eigen zorgvuldigheid kan ons daar zonder meer niet van overtuigen.
 
Ter illustratie noemen wij in Bijlage IV – niet limitatief – concrete voorbeelden van onduidelijkheden en tegenstrijdigheden in de berichtgeving van het voorgenomen besluit alsmede de beantwoording van de door ons gestelde vragen.
 
Het is zeker geen overdrijving als we stellen dat mede als gevolg van de gebrekkige communicatie van vooral de Provincie het vertrouwen van de agrariërs, bewoners en andere belanghebbenden in Provincie en Waterschap ernstig is beschadigd.  
 
4. Risico van een “spijtmaatregel”
Van agrarische zijde wordt de kans groot geacht dat feitelijke inundatie van de Ronde Hoep desastreuze gevolgen zal hebben voor de agrarische bedrijven in de polder. (Vermeende) verontreiniging van de weiden kan leiden tot terughoudend-heid bij de afnemers om de daar geproduceerde (gestigmatiseerde) melk te kopen en zelfs tot volledige inkoop stop. Alleen al het risico van imagodiskwalificatie van het (eind)product kan een dergelijk desastreus gevolg hebben voor de agrarische bedrijfsvoering in de polder. Vergoeding van de schade zou dan bedrijfssluitingen niet kunnen voorkomen. Dégradatie van de Ronde Hoep tot natuurgebied (met nevenfunctie calamiteitenberging) ligt dan in het verschiet waarmee de ondergang van deze polder als welvarend agrarisch gebied met hoge cultuurhistorische waarden het gevolg is. Een compleet onnodige ontwikkeling die moeilijk valt te rijmen met de uitspraak op pag 17 van de Voorloper Randstad (2008) dat “voor behoud van de kernkwaliteiten in grote delen van het veenweide gebied een blijvend economisch perspectief voor de landbouw een voorwaarde is“.
 
Bovendien wordt met het voorgenomen premature ontwerp-besluit het risico genomen dat de beoogde investeringen in een nevenfunctie van de Ronde Hoep voor calamiteitenberging overbodig zal blijken te zijn. Dat zal bijvoorbeeld het geval zijn als een (nieuwe) vernattings-variant van Groot Mijdrecht (Noord), calamiteiten-berging in die droogmakerij in de rede legt en/of als het haalbaarheidsonderzoek dat wij samen met de TU Delft en enkele grote en respectabele ingenieursbureaus en na overleg en met mede weten en verklaarde bereidheid tot meedenken van Provincie en Waterschap, succesvol blijkt te zijn. (zie Bijlage I en Bijlage III 5e aandacht-streepje). Dit haalbaarheidsonderzoek betreft multifunctioneel gebruik van bestaan-de (technische) methoden als alternatief voor calamiteitenberging. Bij dit onderzoek wordt ook de mogelijkheid van zoet water aanvoer in tijden van droogte betrokken. De Provincie heeft zich bereid verklaard de uitkomsten van dit onderzoek te zullen betrekken in haar definitieve besluitvorming. Het trof ons dan ook pijnlijk en met een gevoel van ongeloof dat de Provincie ons zeer onlangs heeft laten weten toch maar niet te willen wachten op die uitkomsten.
 
De investering in de bouw van een eenmaal geplaatst inlaatwerk zal niet meer worden teruggedraaid (bv. door het inlaatwerk af te breken) deelde de dijkgraaf ons mede. Het moge duidelijk zijn dat de maatschappelijke schade dan wel compleet is. De polder is ingericht voor waterberging maar niet meer nodig voor calamiteiten-berging. Een verleidelijk doelwit voor watermanagers die nu of in de toekomst al dan niet voor korte tijd met een wateroverschot zitten. En wij zijn niet de enigen die de ernst van dit risico erkennen.
Mede gesteund door de voorspoedige ontwikkelingen met betrekking tot het genoemde haalbaarheidsonderzoek menen wij dat een besluit Uwerzijds om de Ronde Hoep nu aan te wijzen voor calamiteitenberging roekeloos, potentieel ruwineus en onverantwoordelijk zou zijn met grote kans op verwerving van het predicaat “spijt-maatregel” hetgeen de Provincie als mede ondertekenaar van de “Voorloper Groene Hart (dec 2008) juist bedoelt te voorkomen (zie blz 15 “No-regret maatregel”).        
 
5.Conclusie
Mede met in achtneming van het bovenstaande menen wij dat het ontwerp-Waterplan 2010-2015, althans de voorbereiding van de besluitvorming daarvan in zijn geheel, althans in delen, althans met betrekking tot de beoogde aanwijzing van de Ronde Hoep voor calamiteiten berging, in strijd is met de Europese richtlijn 97/11/EG jo.85/337/EEG althans met Europese en Nederlandse wet- en regelgeving, althans strijdig is met formele en/of materiele algemene (en/of bijzondere) begin-selen van behoorlijk bestuur, althans getuigt van miskenning van de argumenten van de agrariërs, bewoners en andere belanghebbenden in de polder de Ronde Hoep. Noch bij de agrariers en bewoners van de polder, noch bij de gemeente Ouder-Amstel, noch bij de boeren organisaties, noch bij de organisaties van bewoners bestaat draagvlak voor de inrichting van de Ronde Hoep voor calamiteitenberging. Zeker niet nu we in afwachting verkeren van de uitkomsten van eerder genoemd haalbaarheidsonderzoek.
 
We moeten er niet aan denken dat de polder de Ronde Hoep door roekeloze besluitvorming wordt opgeofferd en zal verloederen als gevolg van (de inrichting voor) calamiteuze waterberging die niet nodig zal blijken te zijn omdat alternatieve oplossingen een beter resultaat kunnen bieden. 
 
Wij verzoeken U dan ook het voorliggende ontwerp-Waterplan2010-2015 af te wijzen dan wel in behandeling te nemen met uitzondering van de aanwijzing van de Ronde Hoep. Subsidiair verzoeken wij U GS op te dragen alsnog de aanwezige gebreken te herstellen en een aangepast nieuw ontwerp opnieuw ter inzage te leggen alsmede in goede samenwerking met ons en de nu reeds betrokken TU Delft, ingenieursbureaus en/of andere wetenschappelijke instellingen, de haalbaarheid van de alternatieve oplossingen te onderzoeken. Meer subsidiair verzoeken wij U GS op te dragen te verzorgen dat belanghebbenden tijdig dwz in ieder geval voorafgaand aan een besluit tot aanvaarding van het ontwerp-Waterplan2010-2015 (met inspraak) dan wel indien dat eerder komt, voorafgaand aan een besluit tot goedkeuring van een ontwerp-Structuurvisie (met inspraak), een voor bezwaar en beroep vatbaar concept-schaderegeling ontvangen waarin tenminste de toegezegde elementen (volledige en 100% schadevergoeding, omkering van de bewijslast en één betaalloket ) zijn uitgewerkt evenals de wijze waarop omkering van de bewijslast moet worden toegepast op incidenties (zoals eventuele verontreinigings consequenties) die anders uitpakken dan thans met meer of minder grote stelligheid door Provincie en Waterschap wordt verondersteld (zoals b.v. met betrekking tot de slibproblematiek).
 
Gaarne zien wij het Eindverslag van deze inspraakronde tegemoet.
 
Stichting De Ronde Hoep
 
 
 
 
 
Willem Jan Aalders
 
Bijlage I : Verslag van de bespreking van 22 april 2008
 
 
 
Aan
Mevrouw R. Kruisinga
Gedeputeerde van de Provincie Noord Holland,
De heer J de Bondt
De Dijkgraaf van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht,
De heer W. Pieterman
Wethouder van de Gemeente Ouder-Amstel
 
 
 
Ouderkerk aan de Amstel, 8 mei 2008
 
Betreft : Overleg 22 april 2008.
 
Mevrouw, Mijne Heren
 
Voor de goede orde bevestigen wij hierbij van onze kant de uitkomsten van het overleg dat wij met U mochten hebben op 22 april 2008. Van onze kant namen aan het overleg deel de heer W J Aalders, de heer K van Wolferen en de heer A J Klaassen. Daarnaast namen, naast uzelf, als ambtelijke ondersteuning aan het overleg deel mevr. E. J. van den Kerkhof voor de Gemeente Ouder-Amstel, mevr. E. Kool voor de Provincie Noord Holland en de heer H.J. Kelderman voor het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht.
 
Door ons was voor het overleg een gespreksnotitie ingediend, welke volledigheidshalve als bijlage aan deze brief is gehecht, met daarin drie agendapunten welke door u als zodanig zijn geaccepteerd. Van uw kant werden daaraan geen expliciete punten toegevoegd.
 
Na uitvoerige en, naar wij menen te mogen vaststellen, van beide kanten constructief gevoerde discussie leidde een en ander vooralsnog tot het volgende resultaat.
 
Ad 1: geen impliciete besluitvorming
Er zal in het vervolg een expliciet onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de principiële vraag of ten behoeve van een eventuele calamiteitenberging in de Polder de Ronde Hoep vooraf maatregelen moeten worden getroffen en anderzijds waaruit alsdan die maatregelen zouden moeten bestaan. Eerder door de overheden gewekte suggesties, zie onder andere de brief van de Provincie Noord Holland van 2 januari 2008, als zou een bevestigend antwoord zijdens de bewoners op de principiële vraag worden uitgelegd als een dus akkoord gaan met het realiseren van kunstwerken ten behoeve van gereguleerde inundatie zijn niet als zodanig bedoeld geweest en in ieder geval niet meer aan de orde.
 
Ad 2: Absolute schadeverantwoordelijkheid
Hoogheemraadschap, Provincie en Gemeente erkennen de absolute schadeverantwoordelijkheid zoals omschreven in de gespreksnotitie, d.w.z dat in die gevallen waarin de inundatie van de Polder het gevolg is van een (crisis)managementinterventie de bewoners, eigenaren en gebruikers aanspraak kunnen maken op volledige schadevergoeding, ongeacht de wijze waarop de inundatie in het kader van de interventie is ontstaan. Van de kant van het Hoogheemraadschap werd daar aan toegevoegd dat zodra een dergelijke interventie berust op een formele aanwijzing van de polder door de Provincie tot een calamiteitenbergingsgebied het Hoogheemraadschap bereid is tot een omkering van de bewijslast ten gunste van bewoners, gebruikers en eigenaren.
 
Ad 3: Aquatunneling
Hoogheemraadschap, Provincie en Gemeente staan positief tegenover een haalbaarheidsonderzoek naar de mogelijkheden van aquatunneling zoals omschreven in de gespreksnotitie en zullen toetreden tot een door de Stichting daartoe te vormen consortium van private en publieke partijen. Van deze bereidheid mag bij de consortiumvormende activiteiten gewag worden gemaakt. Een en ander echter met die verstande dat in dat kader zij zelf geen initiatieven zullen ontwikkelen en met de aantekening dat zij bij voorbaat sceptisch staan niet zozeer tegenover de technische haalbaarheid als wel de planmatige en financiële haalbaarheid. Niettemin zijn zij bereid de onderzoeksuitkomsten te betrekken in de definitieve besluitenvorming.
 
Flankerende aan deze drie hoofdpunten kwam nog het volgende naar voren:
 
  1. Bij gereguleerde inundatie zoals tot nu toe voorgesteld door de overheden kunnen deze geen garantie geven dat nooit meer water ingelaten zal worden dan de 2,4 miljoen kubieke meter die correspondeert met de in het overheidsvoorstel aangehouden maximale inundatiehoogte van ca. 60 cm. Indien de omstandigheden dat vergen zal eventueel net zo’n grote hoeveelheid water worden ingelaten als die welke de polder zou binnenkomen bij het doorsteken van de dijken. Het Hoogheemraadschap zal nog nagaan of er gegevens bekend zijn die aangeven hoe groot de kans op dergelijke omstandigheden is.
  2. Het gedeelte van de Polder de Ronde Hoep ten noorden van de A9, hierna aan te de duiden als Benning, kent voor de bewoners een vergelijkbaar risicoprofiel als bijvoorbeeld Watergraafsmeer en Bijlmermeer. Om die reden zullen, ongeacht de uitkomst van de verdere besluitvorming over het gedeelte ten zuiden van de A9, voor de bewoners van Benning bij de A9 waterkerende voorzieningen aangebracht worden voor het geval de Polder de Ronde Hoep spontaan dan wel als gevolg van enigerlei crisismanagementinterventie geheel of gedeeltelijk inundeert.
  3. Nogmaals wordt van de kant van de overheden bevestigd dat indien de Polder Groot Mijdrecht Noord, volgens de huidige plannen, permanent onder water wordt gezet, hetgeen tussen 2025 en 2030 het geval zou kunnen zijn, binnen het middenscenario ook de theoretische noodzaak vervalt om eventueel de Polder De Ronde Hoep voor calamiteitenberging aan te wenden.
  4. Desgevraagd geeft de Stichting te kennen dat wanneer aquatunneling realiseerbaar zou blijken zij er de voorkeur aangeeft tijdens de realisatie periode van naar verwachting 10 tot 15 jaar geen andere materiële voorzieningen, zoals gereguleerde inlaat, te treffen. In het verlengde daarvan neigt de Stichting überhaupt naar een voorkeur om in verband met de boogde toekomst voor Groot Mijdrecht Noord in ieder geval in de periode tot 2030 geen materiële voorzieningen te treffen. Voor de Provincie was dit standpunt aanleiding een eigen verantwoordelijkheid voor te behouden. Hoewel de kans dat vóór 2030 van een inlaatwerk voor gereguleerde inundatie gebruik gemaakt zou moeten worden verwaarloosbaar klein is, zou die kans bestuurlijk toch weer groot genoeg kunnen zijn om de realisatie door te zetten.
  5. De overheden kondigen aan voor 28 mei 2008 een inloopavond voor bewoners, eigenaren en gebruikers te organiseren, waar zij met deskundigen van gedachten kunne wisselen over de huidige stand van zaken. Alleen de bewoners, gebruikers en eigenaren ten zuiden van de A9 zullen voor deze avond worden uitgenodigd.
 
Tot zover wat ons betreft de uitkomsten van het overleg op 22 april 2008. Mocht e.e.a van uw kant aanleiding zijn tot op- of aanmerkingen dan vernemen wij dat graag zo spoedig mogelijk. Wij zullen thans de verdere voorbereidingen voor het onderzoeksconsortium met kracht voortzetten en u daarvoor via de ambtelijke contactpersonen over informeren.
 
 
Met vriendelijke groet,
Stichting De Ronde Hoep i.o.
 
 
 
 
W.J. Aalders
(voorzitter) 
 
 
 
 
 
 

Bijlage II: Reactie van Waterschap dd 26 mei 2008
op gespreksnotitie van 22 april 2008
 
Bijlage III: Brief van Dijkgraaf dd 12 juni 2008 met constatering van recht op 100% schadevergoeding bij ongecontroleerde inundatie
 
 
Bijlage IV : Voorbeelden van ervaringen met de Provincie in aanloop naar de besluitvorming met betrekking tot het ontwerp-Waterplan 2010-2015
 
 
- in de brief van 9 maart 2008 aan LTO Noord Afdeling Amstelstreek, Abcoude, Baambrugge wordt desgevraagd door de Provincie gesteld dat het zeker is dat bij een calamiteit er niet meer dan 2,4 miljoen m3 water in de polder komt. Daarentegen werd tijdens genoemde bijeenkomst van 22 april 2008 door de overheden gesteld dat niet kan worden gegarandeerd dat het nu of in de toekomst niet meer dan 2,4 miljoen m3 zal zijn. .
Het moge duidelijk zijn dat het voor agrariërs en bewoners belangrijk is om te kunnen begrijpen, welke water hoeveelheden nu en wellicht in de toekomst (b.v. na uitbreiding van uitmaal capaciteit in de naburige polders) onze kant op kunnen komen en wat er gebeurt als dat onverhoopt meer zal blijken te zijn dan de Provincie kennelijk zo stellig weet. Onduidelijkheid hierover van de kant van de overheden verhoogt de onzekerheid en achterdocht van bewoners en agrariërs vooral ook wanneer een oordeel wordt gevraagd over de zogenaamde beschermende maatregelen.
 
- Verschillende keren hebben wij de overheden gevraagd ons uit te leggen hoe precies het onderzoek naar de technische haalbaarheid van de genoemde alternatieven heeft plaats gevonden met ondermeer antwoorden op vragen zoals: welke waarden zijn vastgesteld, welke berekeningen zijn uitgevoerd, wat de uitkomsten waren, hoe en met welke beoordelingsmaatstaf de technische kwaliteiten van die alternatieven zijn vergeleken en op welke wijze men tot de conclusie heeft kunnen komen dat calamiteitenberging in de Ronde Hoep ook technisch de beste oplossing is. Blijkens de bijlage bij de brief van de Provincie aan alle agrariërs, terreinbeheerders,bedrijven, bewoners en eigenaren van de Ronde Hoep van 2 januari 2008 heeft een onderzoek naar de technische haalbaarheid van de alternatieven plaatsgevonden zodat het geen grote moeite voor de Provincie zou moeten zijn om werkelijk inzicht te bieden in deze materie.Tot op heden hebben wij hierover nog steeds geen duidelijk samenhangend antwoord ontvangen. Wij menen echter daar wel recht op te hebben.
 
- Eveneens in de brief van 9 maart 2008 aan LTO Noord Afdeling Amstelstreek, Abcoude, Baambrugge stelt de Provincie desgevraagd dat zij zonder gevolgenbeperkende maatregelen in de Ronde Hoep niet kan voldoen aan een goede schaderegeling die 100% van de schade vergoedt. Daarentegen stelt de dijkgraaf in zijn brief van 12 juni 2008 “Indien de polder de Ronde Hoep wordt geïnundeerd door actief ingrijpen van de overheden in geval van calamiteit- hebben de belanghebbenden recht op volledige schadevergoeding ten aanzien van alle soorten schaden die worden geleden, omdat dit niet beschouwd kan worden als “normaal maatschappelijk risico”. Wie heeft er nu gelijk en wie zegt er maar wat?
Ook m.b.t. de toezeggingen over de schadevergoedingen na gecontroleerde inundatie is sprake van voortdurend wisselend woordgebruik. Aanvankelijk werd gesproken van volledige en 100% vergoeding van alle schaden. Toen werd gesproken van adequate schadevergoeding en een verschillende aanpak gevolgd voor vermogens-/planschade, inrichtingsschade en gevolgschade. En nu in het ontwerp-Waterplan wordt de tot nu toe minst zeggende aanduiding gehanteerd van een “specifieke schaderegeling”. Voorts werd aanvankelijk “omkering van de bewijslast” en de instelling van “één uitbetalingsloket” gesteld. Helaas zijn ook die toezeggingen niet terug te vinden in het ontwerp-Waterplan noch in de enige (en ongedateerde) conceptschaderegeling (“Regeling Schadevergoeding Noodwaterberging”) die wij (toevallig) onder ogen kregen. In de aanhef van deze conceptregeling staat de vermelding dat het de bedoeling is dat “het wenselijk is de door de afwendings(?)maatregelen getroffenen zo veel mogelijk schadeloos te stellen”.
Wij menen dat het niet aangaat dat de overheid op deze willekeurige wijze met haar burgers omgaat en hen volledig onnodig in bedreigende onzekerheid laat verkeren. De Provincie behoort haar besluitvorming (incl.inspraak) over het ontwerp-Waterplan 2010-2015 (als eerste bestuursrechtelijke besluit althans formele conclusie ten aanzien van aanwijzing van de nevenfunctie van de Ronde Hoep als calamiteitenberging) te laten voorafgaan door bekendmaking aan de belanghebben-den van de desbetreffende schaderegeling (met daarin zeker niet minder dan de toegezegde rechten). Wij ervaren echter een nog grotere begripsverwarring, onzekerheid en dwang en vrezen een herhaling van de Wilnis ellende.  
 
-Desgevraagd deelde de Provincie ons mede dat bij (gecontroleerde) inundatie maximaal een (gemiddelde) sliplaag wordt verwacht van 1 mm en dat daardoor niet enig meetbaar negatief milieueffect zal optreden. Naar wij weten heeft er geen serieus diepgaand onderzoek plaatsgevonden naar slibmassa aanvoer als gevolg van inundatie noch naar de milieueffecten daarvan noch naar de effecten voor de melkveehouderij. Zoals gezegd is ons ook niets bekend over (de houdbaarheid van) de berekeningen (als die er al zijn) die tot bovengenoemde conclusie leiden. Wij merken op dat gemiddeld 1 mm slip onder gemiddeld 26 cm water voor onze polder ongeveer 9500 ton slib betekent. Slib dat heel goed vervuild kan zijn in een polder met een natuurreservaat, (biologisch) melkveehouderijen en een belangrijke overhang naar het oosten. Op de diepe plaatsen van de polder zal de schade extra groot zijn. Weliswaar wordt gesteld dat de kosten van eventueel optredende negatieve effecten immers worden vergoed. Maar dan vergeet men dat de mogelijke gevolgen van discontinuering van de agrarische bedrijfsvoering niet alleen in geld kunnen worden uitgedrukt en dat onduidelijk is op welke wijze de beloofde omkering van de bewijslast in situaties als deze moet worden toegepast.    
In de brief van de Provincie aan alle agrariërs, terreinbeheerders, bedrijven, bewoners en eigenaren in de polder de Ronde Hoep van 2 januari 2008 wordt in de Bijlage gesteld dat bij een calamiteit via een inlaatwerk water zal word ingelaten “ontdaan van slib”. Wordt hiermee nu erkend dat er “niet-ontdaan van slib” wel een probleem kan zijn of wordt bedoeld dat 9500 m3 meter een verwaarloosbare hoeveelheid is (of zou het zonder slibopvang wel eens meer kunnen zijn)? Wij weten het nog steeds niet. 
 
 - Tijdens de bespreking van 22 april 2008 stelden Provincie en Waterschap dat zij “positief (staan) tegenover een haalbaarheidsonderzoek naar de mogelijkheden van “aquatunneling” zoals omschreven in de gespreksnotitie (Bijlage I) met de aantekening dat zij bij voorbaat sceptisch staan niet zozeer tegenover de technische haalbaarheid als wel de planmatige en financiële haalbaarheid. Niettemin zijn zij bereid mee te denken en de onderzoeksuitkomsten te betrekken in de definitieve besluitenvorming”. In goed vertrouwen op deze uitspraken hebben wij contact gezocht met de TU Delft en een groot algemeen gerespecteerd ingenieursbureau die goede mogelijkheden zien in onze plannen en naar verwachting in de loop van deze maand (februari) zullen starten met een onderzoeksprojekt. U kunt onze verbazing, teleurstelling en verontwaardiging wellicht begrijpen toe wij in de brief van de Provincie van 11 december 2008 lazen “dat men niet op de uitkomst van het haalbaarheidsonderzoek wil wachten.”
 
- Tegenover ons stelden de overheden zich heel zeker en stellig op over de wateropgave en de in AGV benodigde opslag-, piek- en calamiteitenbergings-oppervlakken. Thans lezen wij in Bijlage 3 van het ontwerp-Waterplan 2010-2015 dat het voor het Hoogheemraadschap AGV (en Rijnland) nog niet mogelijk is om een overzicht te geven met het benodigde aantal hectares waterberging! U kunt zich voorstellen dat genoemde stelligheid hierdoor voor ons in geheel ander daglicht komt te staan.
 
 
 
 
 
 
      
 
© De Rondehoep, Deze pagina is het laatst gewijzigd op: 27-02-2010