Waterschap                        
 
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
 Opmerkingen over de schaderegeling voor de Ronde Hoep   
Inleiding
Met de schaderegeling krijgen de getroffenen lang niet al hun schade vergoed. In onze inspraak (nota) ter gelegenheid van de vergadering van de Commissie ROG van 25 januari j.l. constateerden wij dat de schaderegeling de ondernemers en bewoners van de Ronde Hoep met een groot eigen schaderisico laat zitten. Dit is in strijd met het gestelde in de Toelichting van de Schaderegeling onder artikel 2 waarin gesteld wordt dat van een eigen risico voor de benadeelde geen sprake mag zijn”.
 
Uit de hiernavolgende toelichting moge blijken dat niet alle schade wordt vergoed en dat de zogenoemde bewijslastomkering onvoldoende dekkend is. Voorts kan een krachteloze adviescommissie in combinatie met ongelijke behandeling van partijen leiden tot intimidatie van getroffenen en onrechtvaardige beslissingen. Te meer omdat de getroffenen geen vergoeding krijgen voor de kosten van technische en juridische ondersteuning terwijl dezelfde kosten van de tegenpartijen wel door de gemeenschap worden gedragen. De eigen schade kan nog veel hoger oplopen als het Waterschap willig gaat procederen. Ervaringen uit het verleden bieden hier geen vertrouwen voor de toekomst! Ingevolge het verzoek uit die vergadering treffe U hierna een nadere toelichting aan van een aantal concrete gebreken. Wij noemen alleen maar de meest in het oog springende gevallen. We pretenderen geen volledigheid. Dat is alleen mogelijk met zeer gespecialiseerde juridische ondersteuning. Daar ontbreken ons thans echter de financiële middelen voor.
 

 
Samenvatting
 
De volgende samenvatting wordt in de Toelichting uitgewerkt:
 
 
1.     Met de in de regeling gekozen formulering wordt het toegezegderecht op “volledig en 100% vergoeding van alle schaden en kosten, geen uitgezonderd” gereduceerd tot een onduidelijke, in rechte bestrijdbare, redenering.
 
2.     De schaderegeling vergoedt alleen de schade die het gevolg is van inundatie, dus niet de schade die verband houdt met de inrichting en gebruik voor calamiteitenberging. Daarom komt veel schade voor eigen rekening van de getroffenen.
 
3.     Imagoschade aan producten door risico van slibverontreiniging kan leiden tot permanente bedrijfsschade.
 
4.     Het is niet duidelijk of de schade die ontstaat uit het treffen van de inrichtingsmaatregelen en het onderhoud daarvan integraal wordt vergoed.
 
5.     Het “nieuw voor oud” (financierings)risico is niet gedekt ook niet door invoering van het VVD amendement.
 
6.     Geen vergoeding voor “eigen” vernattingsschade terwijl die m.b.t. water uit de andere AGV polders wèl wordt vergoedt.
 
7.     Vertragingsrisico bij getroffene. Betaling op z’n vroegst pas na 24 – 31 weken.
 
8.     Geen vergoeding voor deskundigenkosten in de (lopende) voorperiode
 
9.     Het eigen risico als gevolg van actieve- en passieve schadeacceptatie is onduidelijk geregeld zodat belanghebbenden daarmee blijven zitten.
 
10. De beloofde “omkering van bewijslast” is slechts in beperkte zin in de regeling opgenomen
 
11. Adviescommissie is niet onafhankelijk
 
12. Partijen worden ongelijk behandeld
 


 
 
 
Toelichting
 
1. Twijfel over toegezegde “volledig en 100% vergoeding van alle schaden en kosten, geen uitgezonderd”
De overheden hebben steeds mondeling en schriftelijk verklaard dat “alle schaden, geen uitgezonderd, volledig en voor 100% worden vergoedt”.
 
In de schaderegeling is deze ondubbelzinnige formulering niet overgenomen. Daar wordt heel voorzichtig geformuleerd in multi-interpretabele uitspraken. Voorbeelden:
In de Regeling zelve:
-        Art 2 : …., een schadevergoeding
-        Art 3 : … wordt alle schade ……… in aanmerking genomen (dus niet geheel en voor 100% vergoed)
In de Toelichting op de regeling:
-        Nergens staat dat de “toelichting” integraal onderdeel is van de regeling (en niet alleen maar dient als interpretatie basis).
-        Blz 10 (Algemene Toelichting/Grondslag van deze Regeling). Na een nuancerende inleiding volgt de zinsnede : “de schade als direct gevolg van rechtmatige, gecontroleerde inundatie komt dan ook voor een volledige vergoeding van honderd procent in aanmerking (waarom niet: wordt vergoed ?).   
-        Blz 11 (Volledige Schadevergoeding) eerste alinea. Wederom na een nuancerende inleiding volgt de zinsnede “De formule dat voor vergoeding alleen in aanmerking komt de schade welke redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van de benadeelde behoort te blijven, zegt overigens niets over het al dan niet kunnen krijgen van een volledige schadevergoeding”. (Waarom niet : “is voor deze regeling niet van toepassing”?)
-        Blz 11 tweede alinea: “Dat betekent dat degene die schade lijdt alle schade krijgt vergoed, tenzij de schade is ontstaan door eigen schuld, het welbewust nemen van risico’s of het niet nemen van schadebeperkende maatregelen.( Waarom niet : Er staat dus niet “alle schade voor 100% vergoed”?)
-        Blz 12 ad art 2, eind tweede alinea: Van een eigen risico voor de benadeelde, zoals gebruikelijk is bij nadeelcompensatieregelingen, mag dan ook geen sprake zijn (Wat is de relevantie van de toevoeging “zoals gebruikelijk bij nadeelscompensatieregelingen”?)
 
Samengevat stelt de regeling dus : dat alle schade voor een schadevergoeding in aanmerking komt, met dien verstande dat de formule dat “voor vergoeding alleen in aanmerking komt de schade welke redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van de benadeelde behoort te blijven” overigens niets zegt over het al dan niet kunnen krijgen van een volledige schadevergoeding” en dat van een eigen risico voor de benadeelde, zoals gebruikelijk is bij nadeelcompensatieregelingen, geen sprake mag zijn. 
 
Een buitengewoon onnodig ingewikkelde en onduidelijke manier van regelgeving, die bij belanghebbenden ernstige twijfels oproept over de goede bedoelingen van het Waterschap.
Waarom zo ingewikkeld en omkleed met uitgebreide beschrijvingen en niet gewoon kort en duidelijk. Bijvoorbeeld als volgt:
A.     In de considerans
-        Dat het Waterschap verklaart dat calamiteitenberging in de Ronde Hoep noodzakelijk is om te voorkomen dat in bebouwde gebieden in Amstelland zoals Amsterdam, Amstelveen en Uithoorn zeer grote schade materiële schade wordt geleden en zeer veel mensen moeten worden geëvacueerd,
-        Dat Het Waterschap erkent dat mogelijk, als gevolg van het aanwijzen en/of de inrichting en/of het onderhoud van de bouw en grondwerken en/of het gebruik van de polder voor calamiteitenberging (te samen “de Maatregelen”) voor de belanghebbenden schaden tot gevolg kan hebben,  
-        Dat het waterschap  aansprakelijk is voor alle schaden en kosten die hiervan het gevolg zijn .
B.     En in de regeling zelve :
-        Dat de strekking van deze regeling is er voor te zorgen dat belanghebbenden als gevolg van de Maatregelen niet in een nadeliger positie komt te verkeren dan wanneer het geval zou zijn geweest indien de Maatregelen  niet zouden zijn genomen.
-        Dat alle schade en kosten, geen uitgezonderd, in verband met de Maatregelen, volledig en 100% worden vergoed.
En voorts:  
-        Het Waterschap staat er voor in dat belanghebbenden tijdens het aanbrengen, de aanwezigheid van de (bouwplaats)voorzieningen, ten behoeve van en tijdens de uitvoering van de Maatregelen steeds volledig en ongehinderd hun bedrijf kunnen blijven uitoefenen, overeenkomstig de thans bestaande feitelijke situatie.
-        Belanghebbenden zijn in geen enkel opzicht verantwoordelijk voor de wijze waarop het Waterschap de Maatregelen zal uitvoeren.  
-        Het Waterschap verplicht zich belanghebbenden steeds tijdig en volledig te zullen informeren omtrent de planning, de voorbereiding en de uitvoering van de Maatregelen, zodanig dat belanghebbenden altijd nauwgezet op de hoogte zijn en in staat zijn om tijdig door hen eventueel gewenste maatregelen te treffen.
-        Het Waterschap  verplicht zich jegens belanghebbenden  de met de Maatregelen  verband houdende  werkzaamheden naar eisen van goed en deugdelijk werk te zullen (doen) uitvoeren.
-        Het Waterschap garandeert jegens belanghebbenden dat het Waterschap al het redelijkerwijs mogelijke zal doen c.q. zal nalaten om schade die direct of indirect het gevolg is van de Maatregelen zoveel mogelijk te beperken. 
-        De werkzaamheden in verband met de Maatregelen  geschieden geheel voor rekening en risico van het Waterschap. Het waterschap aanvaardt aansprakelijk te zijn voor alle schade en voor alle overige gevolgschade die belanghebbenden, zullen lijden als direct of indirect gevolg van de werkzaamheden met betrekking tot de Maatregelen.
-        Het Waterschap vrijwaart belanghebbenden (ook in rechte) tevens  voor alle aanspraken van derden jegens belanghebbenden, voortvloeiend uit de werkzaamheden met betrekking tot de maatregelen.
-        De schaderegeling is onverminderd van toepassing op rechtsopvolgers ( onder algemene- en/of bijzondere titel) van de belanghebbenden.
 
 
2. Alleen schade “geleden”“als gevolg” van inundatie wordt vergoed
Art 2 van de schaderegeling geeft als hoofdregel aan dat schade die de verzoeker als gevolg van de gecontroleerde inundatie lijdt wordt vergoed. Een claim die niet “het gevolg” is van de gecontroleerde inundatie (zelve) zou dus niet vergoed worden. Ook schade die in juridische zin niet door iemand “geleden”  geacht kan worden zou buiten de regeling vallen.
Schade die wordt geleden in – direct of indirect - verband met de aanwijzing, inrichting en het gebruik van de polder voor calamiteitenberging kan aanzienlijk meer betreffen en groter zijn dan schade die alleen als (direct) gevolg van gecontroleerde inundatie wordt geleden. Bijvoorbeeld : schade die verband houdt met het bouwen en onderhouden van inlaatwerken, slibopvangbakken en binnendijken en andere afschermingen [1] wordt in de eerstgenoemde situatie zeker vergoed maar kan in de tweede genoemde situatie strict genomen buiten de vergoeding vallen omdat die schade niet het gevolg is van geconcontroleerde inundatie maar juist in anticpatie daarvan is ontstaan.
 
Met betrekking tot niet in juridische zin “geleden” schade zou bijvoorbeeld kunnen worden gedacht aan immateriële (maatschappelijke) schade waaraan geen bepaalde waarde kan worden toegekend, zoals verval van de karakteristiek, cultuurhistorische en archeologische waarden van de polder, ontsiering van het landschap door ontrekking uit het zicht van het wijdse landschap (bv. door storende binnendijken), onderhouds grondwerk en andersoortige “verloedering” van het gebied.    
 
Wij vrezen dat een willig procederende en financiëel krachtiger tegenpartij zal proberen om de onduidelijke formuleringen te gebruiken om schadeclaims af te wijzen en zo nodig daarover te procederen. Door zijn mindere financiële draagkracht staat de getroffene dan wederom op achterstand
 
 
3. Imagoschade aan zuivel producten door risico van slibverontreiniging kan leiden tot permanente bedrijfsschade
Vele malen hebben wij er op gewezen dat van agrarische zijde de kans groot wordt geacht dat inundatie van de Ronde Hoep desastreuze gevolgen zal hebben voor de continuïteit van  veehouderij in de polder. Mogelijke verontreiniging van de weiden kan leiden tot negatieve kwaliteits-stigmatisering van de zuivelproducten uit de polder bij consumenten en de melk verwerkende industrie. Afname van de vraag en (verdere) neerwaartse druk op de prijzen zal daarvan het gevolg zijn. Eenmalige vergoeding van de schade zou dan bedrijfssluitingen niet kunnen voorkomen tenzij die schadevergoeding bestaat uit een adequate permanente financiële ondersteuning door het Waterschap. Daarover is de schaderegeling echter onduidelijk! Degradatie van de Ronde Hoep tot natuurgebied (met nevenfunctie calamiteitenberging) ligt dan in het verschiet waarmee de ondergang van deze polder als welvarend agrarisch  met hoge cultuurhistorische waarden is ingeluid. Wij menen dat zeker ook het algemeen belang daar niet mee gediend is.
 
 
4. Het is niet duidelijk of de schade die ontstaat door het treffen van de inrichtingsmaatregelen en het onderhoud daarvan integraal wordt vergoed.
Tijdens de Commissie ROG vergadering van 25 januari j.l. stelde Gedeputeerde Kruisinga dat de schade die verband houdt met de inrichting van de polder voor calamiteitenberging en het onderhoud van de getroffen voorzorgsmaatregelen op grond van de schaderegeling volledig zullen worden vergoedt. Wij waarderen haar intentie maar willen ook kunnen rekenen op een desbetreffende juridische afwikkeling van deze toezegging. En daar zou, zeker door een willig procesvoerende tegenpartij wel eens anders over kunnen worden gedacht.Het volgende:
Op grond van art 3.i schaderegeling worden “bereddingskosten” vergoedt.
Onder bereddingskosten worden hier verstaan “de kosten die de verzoeker heeft gemaakt in verband met het treffen van maatregelen ter voorkoming of beperking van schade of kosten, voor zover verschuldigd aan derden of toe te rekenen zijn aan arbeid in eigen beheer”. Onduidelijk is of het hier gaat om alle kosten of alleen maar om die kosten die “zijn verbonden aan het nemen van maatregelen tot voorkoming van schade, indien een risico zich verwezenlijkt of dreigt te verwezenlijken” zoals de gebruikelijke verzekeringsterm eist. Gezien de algemene voorwaarde volgens par. 1 (schade als gevolg van daadwerkelijk inlaten van water) zouden tegenstanders kunnen stellen dat bedoelde kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen indien en voorzover ze niet verbonden zijn aan het nemen van maatregelen tot voorkoming van schade, “indien een risico zich verwezenlijkt (nl. daadwerkelijke inundatie) of dreigt te verwezenlijken (waarschijnlijk aankomende inundatie)”.
 
Bovendien zullen met betrekking tot de kosten van onderhoud van de inrichtingsmaatregelen (zoals slipopvanginstallatie en binnendijken rond de percelen) alleen die kosten voor vergoeding in aanmerking komen die gemaakt worden ter voorkoming of beperking van schade of kosten. Niet vergoed worden dus kosten die niet gemaakt zijn ter voorkoming of beperking van schade of kosten. Hieronder zouden bijvoorbeeld kunnen vallen de kosten van schadeinventarisatie en invullen van schadeformulier(en) maar ook de kosten van het vrijhouden van de binnendijken van verwilderend gewasopslag. Die opslag zal door de vorm van de binnendijken niet met de gebruikelijke maaimachines kunnen worden bestreden. Verwilderd gewas kan grote hoogte bereiken en zal bovenop de binnendijken (oplopend tot 1,70 hoogte) het wijdse uitzicht over de polder en daarmee het bijzondere karakter van de Ronde Hoep ontnemen. Het is ook niet duidelijk of kosten van de noodzakelijke doorlopende inventarisaties en registraties en het treffen van schadebeperkende maatregelen in de zin van par. 7 zullen worden vergoed
 
Ondanks de toezegging dat van eigen risico van benadeelden geen sprake mag zijn, vrezen we dat de tegenpartijen nu of in de toekomst zullen proberen om schaden waarvan de vergoeding niet duidelijk is geregeld buiten de regeling te houden. Ook hier is een meer explicite formulering van de voor vergoeding in aanmerking te nemen schade noodzakelijk.
 
5. “Nieuw voor oud” (financierings)risico is niet gedekt
Wij begrijpen dat, na invoering van een VVD amendement, de vergoeding van schade zal plaatsvinden naar redelijkheid en billijkheid op basis van de reële vervangingswaarde. Indien echter geen gelijkwaardige vervanging kan worden gevonden zal de getroffene tegen nieuwprijs moeten kopen. Hij zal dan het verschil tussen de nieuwprijs en de schadevergoeding uit eigen middelen moeten betalen en zo nodig moeten lenen bij de bank of andere financier.  Indien zijn eigen middelen niet toereikend zijn en hij geen bancaire zekerheid kan bieden kan hij of gedwongen worden om een inferieur bedrijsmiddel aan te schaffen (met hogere onderhouds- en inefficiency kosten) of hij komt in de problemen omdat hij zich niet een vervangend exemplaar kan permitteren. Het is de vraag of die getroffene de resulterende extra schade vergoed zal krijgen of dat de rechter zal oordelen dat hij niets meer te vorderen heeft omdat zijn schadevergoeding in geld conform  de schaderegeling was. In het laatste geval is die extra schade dus zijn eigen risico.    
 
 
6. Geen vergoeding voor “eigen” vernattingsschade terwijl die voor de andere AGV polders op de boezem wordt afgevoerd evtl. naar het calamiteitengebied
Blijkens het rapport van HKV Lijn in Water dient waterberging in de Ronde Hoep mede ter bescherming van andere AGV polders tegen schade als gevolg van overvloedige plaatselijke neerslag (vernattingsschade). Als tijdelijke maalstop in die polders tot te veel schade leidt zal het overschot aldaar naar de boezem worden gepompt om vervolgens – bij een gebleken “calamiteit - in de polder de Ronde Hoep te worden geborgen.  
Anders dan in de andere AGV polders zal de “eigen” vernattingsschade van de Ronde Hoep kennelijk niet naar elders worden afgevoerd. Bovendien kent de schaderegeling hier ook nog eens geen schadevergoeding toe . M.a.w. de schadevergoeding geldt wél met betrekking  tot vernattingsschade van de andere AGV polders maar niet voor die in de Ronde Hoep! Hier is dus sprake van ongelijke behandeling en dat is onrechtmatig.
 
 
7. Vertragingsrisico voor de getroffene
Zelfs bij de versnelde procedure van bevoorschotting kan het 25 tot 31 weken duren voordat getroffenen betaling ontvangen. Bovendien wordt niet gegarandeerd dat bezwaar en beroep procedures betaling niet zal opschorten (zoals in vele rechtsgebieden gebruikelijk is).
 
In veel gevallen zal door afwezigheid van voldoende bancaire zekerheden eigen overbruggingsfinanciering door de getroffenen niet mogelijk blijken te zijn. Bedrijfsvoering kan dan komen stil te liggen met reëel risico voor nog grotere schade, continuiteitsbreuk en zelfs diersterfte. Vergoeding van wettelijke rente achteraf (art 12 schaderegeling) biedt hier geen oplossing. Het gaat hier immers om de vraag of een bank (of andere financier) bereid is om zonder voldoende zekerheid een lening te verstrekken en zozeer om rentevergoeding achteraf.
 
 
 
8. Geen vergoeding voor schade die aan belanghebbenden opkomt in de voorperiode
Het moge duidelijk zijn dat ondernemers en bewoners inmiddels al belangrijke kosten hebben gemaakt in anticipatie op de plannen en besluitvorming van de Provincie Noord-Holland, het Waterschap AGV en de gemeente Ouder-Amstel met betrekking tot de aanwijzing van de Ronde Hoep voor calamiteitenberging. 
 
Inventarisaties en onderzoeken moeten worden gedaan, technische en juridische deskundigen worden geconsulteerd, bijeenkomsten worden bijgewoond en georganiseerd
en rapporten worden bestudeerd en geschreven. Het betreft hier voornamelijk het algemene belang van behoud van de polder als uniek historisch monument en in veel mindere mate het opkomen voor individueel belangen. Door afwezigheid van gedetailleerde metingen en rapporten van de zijde van de van de overheden moesten en moeten vragen worden beantwoord met betrekking tot de invloed van inundatie op de kleiveen bodem van de polder, bescherming van de cultuurhistorische en archeologische waarden, hydro- en grondmechanische consequenties en de consequenties van ontsierende binnendijken (zoals in de rapporten van de overheden voorzien) voor het karakteristieke wijdse gebied , bestudering van de relevantie van de voorgestelde maatregelen, onderzoek naar mogelijke alternatieven en vergelijking daarvan met berging in de polder, onderzoek van kostenrelevanties van de bestudeerde alternatieven. Provincie en Waterschap nodigde ons in januari 2006 uit om ons te verdiepen in het onderwerp, ons ten behoeve van de efficiency van het proces te organiseren en onze bijdrage te leveren.
 
Wij menen aanspraak te mogen maken op vergoeding van de hier bedoelde kosten aangezien die verband houden met de aanwijzing, inrichting en gebruik van de polder voor calamiteitenberging.  
 
 
9. Het eigen risico als gevolg van actieve- en passivieve schadeacceptatie is onduidelijk geregeld zodat de getroffene daarmee blijft zitten.
De zeer algemene formulering in de schaderegeling inzake “actieve” en “passieve” schadeaanvaarding [2] draagt grote risicos in zich voor juridische geschillen, zeker met een willig procederende tegenpartij. Het staat niet vast dat de “omkering” van bewijslast op dit onderdeel van toepassing is. En kosten voor technische en juridische bijstand worden in beginsel niet vergoed omdat de commissie onafhankelijk genoemd wordt maar feitelijke niet is [3].
 
De schaderegeling behoort geheel onverminderd ook van toepassing te zijn op rechtsopvolgers (onder algemene- en bijzondere titel) van belanghebbenden! Dit staat thans niet onomstotelijk vast!
 
 
 
 
 
10.De beloofde “omkering van bewijslast” is slechts in beperkte zin in de regeling opgenomen
Blijkens de schaderegeling is het uitgangspunt van toekenning van vergoeding dat de gehele schade is veroorzaakt door de inundatie. Mocht het causaal verband tussen de schade en het aandeel van de verschillende oorzaken, vernatting en gecontroleerde inundatie, niet eenvoudig zijn te bepalen, dan is het aan de adviescommissie en het bestuur om het tegendeel aannemelijk te maken. Bij de vaststelling van de causaliteit moet de vraag worden beantwoord worden of er sprake is van schade die is opgetreden, maar die zonder de gecontroleerde inundatie achterwege zou zijn gebleven
 
Met deze formulering blijft een heleboel onduidelijk, zoals:
-        Wie bepaalt of (afwezigheid van) het causaal verband eenvoudig te bepalen is? Kan de adviescommissie hierover oordelen of kan het bestuur hier zonder advies beslissen?
-        De schaderegeling stelt “omkering van bewijslast maar in de toelichting wordt gesteld dat het veel zwakkere “aannemelijk maken” genoeg is. Hierdoor ligt op de getroffene een zwaardere tegen-bewijslast en hoeft die ook alleen maar “aannemelijk te maken” of wordt van hem wel vol bewijs verwacht? 
-        Wat gebeurt er als niet de gehele schade is veroorzaakt door inundatie maar slechts een gedeelte? Bij onwelwillende interpretatie zou dan voor het geheel geen vergoeding hoeven te worden gegeven.
-         Valt onder “verschillende oorzaken” ook de schade waarvan men denkt dat die te wijten is aan de belanghebbende?[4] Hoe moet de betrokkene hier bewijzen en is “aannemelijk maken” dan ook voldoende?
-        Het is niet duidelijk of de bewijslastomkering alleen betrekking heeft op de causaliteitsvraag of ook op andere onderdelen. Er kunnen immers meer gronden zijn waarop een schadeclaim kan worden bestreden zoals bijvoorbeeld de vraag of er sprake is van actieve of passieve schadeaanvaarding (bv. in geval bepaalde maatregelen niet zijn genomen door afwezigheid of andere vorm van ontstentenis)[5], (on)redelijkheid van kosten zoals juistheid van prijsopgaven van derden, wijze van vaststelling van de kosten (bv welke uurkosten, welke kwaliteit van een goed noodzakelijk is), etc. Het zou niet rechtvaardig zijn om voor die gevallen de bewijslast op de getroffenen te leggen. En als dat wél de bedoeling is mag de getroffene dan volstaan met “aannemelijk maken” of gelden dan andere bewijs eisen? 
-        Het is ook hier duidelijk dat een willig procederende tegenpartij, zeker als hij over meer financiële middelen beschikt dan een getroffene, nog steeds ruime mogelijkheden heeft om zijn positie op het onderdeel van de bewijslastverdeling uit te buiten.
 
 
 
 
 
11.De Adviescommissie is niet onafhankelijk
De adviescommissie is weliswaar ongebonden ten opzichte van getroffenen maar zeker niet ten opzichte van het Waterschap. Het advies van de adviescommissie is niet bindend. Het bestuur van het Waterschap besluit. Het is onbekend of de vergaderingen van de adviescommissie en het bestuur openbaar zijn. De adviescommissie mag niet oordelen over de ontvankelijkheid van de verzoeken en haar oordeel hoeft op belangrijke andere onderdelen niet te worden gevraagd (zie hierna).  
 
Het Waterschap behoudt zich het recht voor om naar eigen inzicht en voorkeur commissieleden aan te wijzen, hun taakbeschrijving en -verdeling te preciseren en hen te belonen. De individuele leden zijn professioneel wellicht onafhankelijk van het Waterschap en belanghebbenden, hoewel oud-waterschapsbestuurders de schijn natuurlijk tegen zich hebben en LTO-vertegenwoordigers wellicht een band voelen met de agrariërs maar niet met de andere ondernemers en bewoners in de polder. Zeker de andere ondernemers en de particulier bewoners verkeren aldus in een nadeel vergeleken met de agrariërs. Er is dus wederom sprake van ongelijke behandeling.
 
De adviescommissie kan zonder daartoe door het bestuur te zijn uitgenodigd geen oordeel geven over de vraag of het bestuur over zaken als bedoeld in artikel 5 (ontvankelijkheid van de verzoeken), juist heeft beslist. De adviescommissie kan ook niet oordelen over zaken genoemd in art 10 lid indien geen desbetreffend verzoek van het bestuur is ontvangen. Commissie wordt niet betrokken bij vraag of hardheidsclausule kan worden toegepast. Het bestuur mag al dan niet vertegenwoordigd door een deskundige bij de mondeling zitting waar de verzoeker wordt gehoord aanwezig zijn. Andersom (aanwezigheid van getroffenen bij het overleg tussen bestuur en adviescommissie) is niet toegestaan.
Het is duidelijkheid dat een slechts beperkt bevoegde adviescommissie met de schijn van afhankelijk tegen voor betrokkenen niet vertrouwenswekkend maar eerder intimiderend is. Het onthouden van vergoeding van ondersteuningskosten (zoals het BW in beginsel verlangt) ondermijnt de rechtsbescherming van de getroffenen.    
 
 
12.Ongelijke behandeling van partijen
Het spreekt van zelf dat tevredenheid van het Waterschap met de leden van de adviescommissie niet noodzakelijkerwijs de getroffenen tot tevredenheid zal stemmen. Alleen al door een deskundigheidsverschil tussen de leden van de adviescommissie en de meeste getroffenen verkeren laatstgenoemden ernstig in het nadeel. Het bestuur van het Waterschap kan zich tijdens en buiten zittingen van de adviescommissie laten vertegenwoordigen en door deskundigen laten bijstaan. Getroffenen staan echter buiten het overleg tussen adviescommissie en bestuur.
 
Ook de adviescommissie kan zich op kosten van het Waterschap laten ondersteunen door juridische en technische deskundigen. Ook de ondersteuningskosten van het Waterschap komen voor kosten van de gemeenschap. Betrokkenen moet die kosten voor eigen rekening nemen . Het zal niet de eerste keer zijn dat een belanghebbende wordt afgeschrikt door de complexheid van de hem aangeboden probleemstelling en de dreiging van door hem niet in te schatten juridische en technische ondersteuningskosten. Heel efficiënt voor de tegenpartij maar rechtuit onrechtvaardig tegenover getroffenen die aanspraak maken op de toezegging dat voor hen van eigen risico geen sprake zal zijn.
 
 
WJA/DRH/030210


[1] Zie 2 hierna
 
[2] Zie de Toelichting van de Schaderegeling ad artikel 2 inzake “redelijkheidscriterium”
[3] Zie par. 9 en par 10
[4] Zie par. 9 hierna
[5] Zie par. 5d en par 9
 
 
© De Rondehoep, Deze pagina is het laatst gewijzigd op: 27-02-2010