Provincie                              
 
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
 
 
Aan mevrouw drs R. Kruisinga
Gedeputeerde Water en Europa
van de Provincie Noord-Holland
Postbus 123
2000 MD Haarlem
 
 
Ouderkerk aan de Amstel, 12 maart 2008
Geachte mevrouw Kruisinga,
Wanneer een overheid zich tot de burgers richt met een verzoek tot medewerking in een project dan is het bestaan van  vertrouwen onder de burgers in die overheid een eerste vereiste voor een goed verloop in die nieuwe verhouding. Dat geldt in bijzondere mate wanneer de burgers in het vooruitzicht worden gesteld van grote onzekerheid en waarschijnlijke schade aan hun bezittingen. De provincie Noord-Holland en het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht en de Gemeente Ouder Amstel  hebben de bewoners van de polder de Ronde Hoep op 18 januari 2006 benaderd voor een project waarin hun polder zou worden ingericht met een inundatie-installatie en dijkjes rondom boerderijen, woningen, en andere bezittingen zodat deze zou kunnen dienen als reservoir voor waterberging in geval van een calamiteit. Het probleem van deze benadering tot dusver is dat de overheid in kwestie niet heeft gepoogd om vertrouwen te wekken aangaande haar bedoelingen en methodes. Integendeel, deze overheid wekt consistent de indruk onder de bewoners van de Ronde Hoep dat het geen waarde hecht aan het wekken of handhaven van vertrouwen. Dat is continu gebleken door het uitblijven van antwoorden op pertinente vragen gesteld door de bewoners aangesloten bij  de  Stichting De Ronde Hoep i.o. 
Het blijkt opnieuw uit een boodschap van de provincie Noord -Holland aan de bewoners, gedateerd 19 februari 2008, die werd omschreven als een "impressie van een informatie avond en overzicht van gestelde vragen." Als een "impressie" van de informatie avond is het subjectief, wat mag worden verwacht van impressies, en heeft het dus geen waarde als houvast voor de bewoners in verdere onderhandelingen met de overheid. Het geeft dus direct aanleiding tot de constatering dat de provincie het niet nodig vindt om de bewoners met een betrouwbaar verslag te informeren.
Uit de informatie avond op 23 januari 2008 zelf bleek hoe zeer eenzijdig en vooringenomen overheden te werk kunnen gaan. Wat de informatie betrof verschilde deze nauwelijks van de eerste informatie avond gehouden op 18 januari 2006. Alleen werd op deze eerste avond nog gewag gemaakt van een te voeren discussie met bewoners die mede zou helpen beslissen of de Ronde Hoep zou worden aangewezen als calamiteiten polder, terwijl op de tweede avond bekend werd dat dit besluit al vast staat, terwijl geen enkele substantiële discussie heeft plaats gevonden. Wat de bewoners op de tweede informatie is verteld over de reeds genomen beslissing is dus in strijd met wat eerder door de  Provincie aan de burgers is beloofd als basis voor medewerking aan dit project.
In dat verband is het ook nodig te vermelden dat er geen blijk  is  geweest bij de Provincie dat zij bewust  is van, en rekening houd met, de standpunten van de belangenorganisatie van bewoners, en heeft de voorzitter van deze organisatie op de informatie avond noodgedwongen zijn stem moeten verheffen om door de gespreksleider gehoord te worden over de wijziging van de orde van de avond zoals die vooraf, tijdens het door u opgenomen telefonisch contact, was besproken.
Op de informatie avond is door U met klem ontkend dat de in naam van de stichting gestelde vragen niet zijn beantwoord. Dit terwijl de stuurgroep  van deze stichting nog steeds wacht op een reactie op hun schrijven van 6 oktober 2006. Over de verschillende inconsistenties en grote vaagheden in de oorspronkelijke documentatie betreffende de "pilot", aangewezen door de stichting, heeft de overheid voorzover bij de stuurgroep  bekend nog niet de moeite genomen om het hoofd te buigen.
De verdeling van de spreektijd op de informatieavond was onevenredig en – wellicht mede daardoor – werden de technische alternatieven van calamiteitenberging in de Ronde Hoep slechts terloops behandeld. Wegens de ongelijkheid van partijen op de informatieavond was dan ook geen sprake van een behoorlijke uitwisseling van gedachten of representatieve consultatie van de bewoners. Gelukkig bleek in een later gesprek tussen Dijkgraaf De Bondt en twee leden van de stuurgroep dat alternatieven, zoals aquatunneling, zeker tot de mogelijkheden  zouden moeten kunnen behoren. Uit datzelfde gesprek bleek ook dat de Dijkgraaf gevoelig is voor ons argument dat volledige  schadevergoeding en perceel beschermende maatregelen zoals aangeboden voor de situatie van gecontroleerde inlaat (reeds nu) ook  zou moeten gelden indien de overheid de polder op andere wijze onder water zou zetten zoals bv. door het doorprikken van de dijk met de Amstel.
De door de Provincie naar de bewoners gestuurde “impressie” van de avond, waarin gewag wordt gemaakt dat op relevante vragen afdoende is geantwoord en dat er ruimschoots gelegenheid is geweest voor discussie, biedt dus een ernstig vertekend beeld van de situatie. In plaats daarvan is de onontkoombare “impressie” onder een meerderheid van bewoners   dat de overheid hen  niet anders dan als betuttelbare kinderen behandelt.
 Op de informatie avond  werden de bewoners voor een keus  gesteld  waarvan de noodzaak niet is aangetoond en waarvan de consequenties voor polder, agrariërs en bewoners nog verre van duidelijk zijn. Hier ontbrak alle redelijkheid, en leek de algemene indruk te worden bevestigd dat de  mensen woonachtig rond de Ronde Hoep geïntimideerd worden – onder bedreiging van het weerhouden van doelmatige schadevergoeding – om in te stemmen met een plan waarvan de mogelijke gevolgen door de overheid onvoldoende zijn uitgewerkt. Bijvoorbeeld: De cardinale vraag of de Ronde Hoep, eenmaal met dijkjes uitgerust voor calamiteitenberging en mede door uitbreiding van het begrip "calamiteit"  nu en/of in de toekomst  ook niet zou (kunnen) worden gebruikt voor frequentere waterberging dan thans verondersteld wordt steeds buiten de orde gehouden. Dit heeft argwaan gewekt van de stichting dat de betreffende overheden met iets anders bezig zijn dan wat zij de bewoners hebben verteld, of niet goed weten waarmee zij bezig zijn. In beide gevallen is er dan sprake van ernstig onbehoorlijk bestuur.
         Andere vragen stapelen zich op: Hoe omvattend zijn de onderzoeken geweest, en hoe zijn ze uitgevoerd? Welke lessen zijn in dit verband getrokken uit het critische verslag van de commissie Remkes ten aanzien van de kwaliteit van de onderzoeken in Groot Mijdrecht (Noord)? In de "Pilot" wordt de schadekans door slipconcentraties bij gecontroleerde inlaat te gering geacht voor nader onderzoek en aanvullende maatregelen, waarom dan toch slipopvang door het voorgestelde inlaatwerk? Waarom, als de polder “reeds nu” voor calamiteitenberging zal worden gebruikt, worden de bewoners niet ook “reeds nu” beschermd door een goede 100% schaderegeling met omkering van de bewijslast en één uitkeringsloket? Het is maar een greep uit een grote verzameling van onbeantwoorde vragen.  

          Echter, zoals gezegd biedt het gesprek met de Dijkgraaf lichtpunten. Afwijzing van de bouw van een inlaatwerk behoeft een volledige  schadevergoedingsregeling  niet in de weg te staan en van de zijde van het Waterschap bestaat bereidheid om andersoortige maatregelen vooraf zoals aquatunneling nader met ons te onderzoeken. Wij hopen dat de Provincie zich in onze aanstaande gesprekken en het overleg daarna zal willen inzetten om bij ons het vertrouwen in haar bedoelingen en methodes terug te winnen zodat ook met deze overheid evenals met Waterschap en Gemeente openhartig en creatief overleg kan worden gevoerd om een goede oplossing te vinden voor een probleem dat ons allen aangaat.     
Tenslotte sturen wij u bijgaand kopie van onze brief met bijlagen aan Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Ouder-Amstel
Met vriendelijke groet,
Stichting De Ronde Hoep i.o.
mede namens de stuurgroep
 
 
Willem Jan Aalders
 
© De Rondehoep, Deze pagina is het laatst gewijzigd op: 27-02-2010