Provincie                              
 
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
Provinciale Staten van Noord-Holland
t.a.v. mw. Drs. S. Albicher
Team Structuurvisie kmr. HP 3096
Postbus 3007, 2001 DA Haarlem
 
Ouderkerk aan de Amstel, 30 november 2009
 
 
Betreft :  Ontwerp Structuurvisie Noord-Holland 2040 / Inspraak
 
Zeer geacht College,
 
In de Concept Structuurvisie van 148 pagina’s staan op blz. 18 de volgende 2 regeltjes:
De Provincie Noord-Holland wijst de polder De Ronde Hoep (Amstelscheg, ten zuiden van
de A9) aan voor calamiteitenberging als ruimtelijke nevenfunctie.
Wellicht is het de bedoeling van Gedeputeerde Staten (GS) om met deze korte mededeling de indruk te wekken van een “robuuste” en “daadkrachtige” aanpak en wellicht bent U ervan overtuigd dat de verklaringen van GS [1] dat “alles is onderzocht” is en bij de voorbereiding van deze aanwijzing “zorgvuldig” is gehandeld een terechte weergave is van de feitelijke situatie?
Wij van onze zijde hebben oprecht gehoopt en verwacht dat zulks inderdaad het geval zou zijn en zou behoren te zijn.
Ons recente dossieronderzoek bij de Provincie naar aanleiding van ons informatieverzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur heeft ons echter diep teleurgesteld en een buitengewoon slordig beeld gegeven van de besluit voorbereidingen ter zake. Gebleken is namelijk dat er in de zeer bescheiden archieven van GS met betrekking tot calamiteitenberging in de Ronde Hoep en aanverwante onderwerpen[2], kennelijk geen documentatie aanwezig is waaruit zou kunnen blijken dat door GS en/of de ambtelijke organisatie van de Provincie inhoudelijk is ingegaan op de Globale Rapporten van HKV Lijn in Water (2005) en Arcadis (2006) (samen hierna : de Globale Rapporten). Anders dan de algemene analyse in deze Globale Rapporten is geen informatie te vinden waaruit zou kunnen blijken dat er intern dan wel met externe adviseurs is gesproken en/of geëvalueerd over calamiteitenberging in het algemeen en die in de Ronde Hoep in het bijzonder (en wat de inhoud daarvan zou zijn). Er was eveneens niets te vinden met betrekking tot de alternatieven waarvan volgens de brief van GS aan bewoners van 16 april 2009 de technische haalbaarheid, de aanlegkosten, de schade, het aantal getroffenen en de te evacueren mensen zouden zijn onderzocht. Ook was er niets te vinden waaruit kon worden opgemaakt op welke wijze deze alternatieven onderling en met calamiteitenberging zijn vergeleken en op welke gronden voor calamiteitenberging in de Ronde Hoep is geconcludeerd. In de Globale Rapporten wordt gesteld dat die alternatieven ter zijde zijn gelegd omdat ze naar verwachting enkele tientallen miljoenen euro’s zouden kosten!
Aangezien ons van de zijde van GS is verzekerd dat er behalve de getoonde 2 dossiermapjes geen andere informatie in de archieven van de Provincie aanwezig is, kan er vanuit worden gegaan dat onze bovengenoemde constatering over de afwezigheid van ondersteunend materiaal voor de onderhavige besluitvorming bij de Provincie correct is. De andere mogelijkheid dat de Provincie ons niet alle relevante informatie zou hebben verstrekt lijkt ons een zo grove schending van de Wet Openbaarheid van bestuur dat wij daar voorshands niet van willen uitgaan. 
Aldus moet worden geconcludeerd dat er geen aanwijzingen zijn waaruit zou kunnen blijken dat “alle mogelijkheden zijn onderzocht” en a fortiori niet over de “zorgvuldigheid” van een dergelijk onderzoek. Wij moeten derhalve vaststellen dat GS, U en ons onjuist heeft geïnformeerd zodat hier de indruk bestaat van (grove) misleiding van Uw College en van belanghebbenden.   
Wij menen dat het zeker noodzakelijk is dat in casu inderdaad alles zorgvuldig wordt onderzocht, de alternatieven zorgvuldig worden afgewogen en zorgvuldig wordt geconcludeerd alvorens tot een besluit wordt gekomen. Het valt dan ook niet in te zien hoe Provinciale Staten thans tot een besluit ter zake zou kunnen overgaan. Wij hopen en verwachten daarom dat U - mede met in achtneming van bovenstaande wetenschap – Uw besluitvorming kritisch zult funderen en niet (alleen) zult uitgaan van de mededeling van de zijde van GS omtrent de volledigheid van haar onderzoek en de daaraan besteedde zorgvuldigheid. Ons rest voorlopig niets anders dan U daarin te vertrouwen.
 
Inrichting en gebruik van de Ronde Hoep voor calamiteitenberging.
Volgens de Globale Rapporten zou inrichting en gebruik van de Ronde Hoep voor calamiteitenberging ergens tussen de 2,5 mln en 50 mln euro’s gaan kosten. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van het Hoogheemraadschap AGV van 26 november stelde de dijkgraaf te verwachten dat die kosten op zo’n 12 mln euro’s zouden uitkomen. In deze kostenberekening is geen rekening gehouden met eventuele planschadevergoeding, noch met de additionele bemalingsnoodzaak in de wijk Benning (en de in te richten compartimenteringen in de polder) . Mede naar aanleiding van een discussie in genoemde vergadering van het Algemeen Bestuur van het Waterschap over de verplichting van het Waterschap tot betaling van de planschade [3] stelde de dijkgraaf vast dat deze concept samenwerkingsovereenkomst nog niet is “uit onderhandeld”. De grondslagen voor de samenwerking tussen partijen staat dus nog steeds niet vast! 
Wij menen, zoals we vele malen ook in Uw richting hebben uitgedragen dat de Globale Rapporten door hun aard en inhoud onvoldoende basis bieden voor berekening van de werkelijke kosten en risico’s. Daarom zijn wij genoodzaakt geweest om zelfstandig en zonder financiële steun van de overheden (die ons expliciet werd geweigerd) een eigen rapport op te stellen over de consequenties van de voorliggende plannen. Bijgaand sturen wij U een exemplaar van dit Technisch Rapport “De polder spreekt”[4] (hierna Technisch Rapport). 
In het Technisch Rapport kunt U lezen dat professioneel geverifieerde berekeningen aantonen dat de kosten van inrichting en gebruik van de Ronde Hoep voor calamiteitenberging zeker zo’n 50 miljoen euro gaan belopen. Daarin is rekening gehouden met slechts een minimaal bedrag (circa 5 mln euro) aan planschadevergoeding en nog niet met de kosten van een slibopvang bassin. Slibopvang is – ook volgens de overheden - noodzakelijk om de verwachtte circa 9.000 ton verontreinigd slip op te vangen ter voorkoming van ongelijkmatige en oneffen verspreiding daarvan over de polder.
Tevens blijkt dat de daadwerkelijke bergingsoppervlakte in de polder circa 670 ha is en niet de 1000 ha (exl Benning = 900 ha) zoals genoemd in het Globale Rapport van Arcadis[5]. De verwachtte inundatiediepte en de hoogte van de binnendijken moet derhalve dienovereenkomstig met een factor van circa 1,3 worden verhoogd. Er zullen meer dan 300 personen worden getroffen en niet – zoals door de Globale Rapporten wordt verondersteld 20 personen en in verschillende gevallen zal er sprake moeten zijn van tijdige evacuatie van mensen en dieren. Mede hierdoor pakt de vergelijking van de Ronde Hoep met andere berging kandidaten veel ongunstiger uit ten nadele de Ronde Hoep dan in de Globale Rapporten voorgesteld.
Vooraf valt niet te garanderen welke beheersituatie ten tijde van een calamiteit voor Amstelland zal worden gekozen[6]. Afhankelijk daarvan zou het te bergen volume feitelijk wel eens veel hoger kunnen uitkomen dan de thans veronderstelde 2,5 mln m3. De thans voorziene beschermingsmaatregelen zijn dan zonder meer onvoldoende en/of de schade(risico’s) nog veel hoger dan nu voorzien. 
Wij begrijpen dat de provincie de kosten die verband houden met inrichting en gebruik van de Ronde Hoep voor calamiteitenberging bij voorkeur voor rekening van het Waterschap (en Gemeente) wil  laten.  Wij vragen U echter wat er zal gebeuren als zou blijken dat het Waterschap (de Gemeente) niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Gezien de deplorabele staat van haar financiën is dat voor het Waterschap reeds thans zeker niet denkbeeldig. Gaat de Provincie dan bijspringen en zo ja zal dat dan om ongelimiteerde bedragen gaan of tot welk maximaal bedrag en op welke wijze zijn de getroffen gegarandeerd dat ze de beloofde volledige en 100% schadevergoeding dan ook daadwerkelijk op korte termijn zullen ontvangen?
Al met al waarschuwen wij U nogmaals – dit keer met ondersteuning van meer gedetailleerde informatie dan de Globale Rapporten (mede door hun aard konden) bieden – mede met het doel om ook voor later eenduidig vast te stellen dat U bewust en in volle wetenschap van alle consequenties Uw besluit heeft genomen. De plannen van de Provincie met betrekking tot de Ronde Hoep zullen tientallen miljoenen euro’s duurder uitkomen dan U tot nu toe is voorgesteld. Doorgaan betekent dat U de gemeenschap oplaadt met hoge onnodige (maatschappelijke) kosten en risico’s. Door alternatieven niet serieus te willen onderzoeken verhindert de Provincie de toepassing van structurele duurzame (multifunctionele) oplossingen en werkt zij mee aan een toekomst waarin steeds meer polder aan het water moeten worden opgeofferd. Wij kunnen ons een dergelijke instelling Uwerzijds niet voostellen en dringen er bij U op aan niet te besluiten zolang U niet verzekerd bent van een werkelijk en aantoonbaar zorgvuldige afweging van de alternatieven op basis van de werkelijke (milieu)technische en bouwkundige consequenties en de werkelijke kosten van het project. 
 
Strategische Milieubeoordeling ex. Europese Richtlijnen/ PlanMer
 
Hierboven refereerden wij reeds aan het risico van vervuiling doordat  bij inundatie in beginsel tevens verontreinigd slib de polder instroomt. In de brief van GS aan bewoners van 16 april j.l wordt  dit risico kennelijk bevestigd en wordt slibvang als onderdeel van een inlaatwerk in de Amstel genoemd. Het is dan opmerkelijk en onbegrijpelijk dat in de PlanMer rapportage behorende bij de Structuurvisie (hierna PlanMer Rapport) geen aandacht wordt besteed aan de milieueffecten in de polder (en wèl aan de milieueffecten van inundatie van de polder voor gebieden buiten de Ronde Hoep !).
 
Wellicht vindt deze omissie zijn oorzaak in de veronderstelling dat in casu niet zou zijn voldaan aan een drempel voorwaarde (In de Nota van Beantwoording bij de zienswijzen op bedoeld Waterplan wordt op blz 27 één-na-laatste alinea wordt gesteld dat de omvang van de calamiteitenberging De Ronde Hoep de “afzonderlijke norm van 5 miljoen m3 niet overschrijdt” en dat derhalve geen PlanMer  - en kennelijk ook geen Strategische Milieubeoordeling - hoeft te worden opgesteld). Die veronderstelling en conclusie zijn echter onjuist. We gaan daar hierna op in:  
-        Ook blijkens de Globale Rapporten kan de omvang van de calamiteitenberging in de Ronde Hoep veel groter zijn dan 5 mln m3. Immers de omvang van de feitelijke waterberging in de Ronde Hoep is mede afhankelijk van de ten tijde van de calamiteit te kiezen beheerssituatie. Die alsdan te kiezen beheerssituatie is afhankelijk is van vragen zoals: dient de Amstelboezem wel of niet van het NZK/ARK systeem te worden afgesloten, welke zijn alsdan de maalcapaciteiten van de poldergemalen aan de boezem,  met welke piekbergingsoplossingen heeft men dan te maken, etc.  De veelvuldig genoemde omvang van 2,4 mln m3 is gebaseerd op een bepaalde veronderstelling met betrekking tot de te kiezen beheerssituatie (voor de 2,4 mln m3 dient o.m. Amstelboezem te worden afgesloten van NZK/ARK). Het kan echter ook anders uitpakken, als bijvoorbeeld de Amstelboezem niet wordt afgesloten van het NZK/ARK systeem zou het bergingsvolume gemakkelijk 7,5 mln m3 kunnen bedragen. De dijkgraaf zelf heeft bij herhaling bevestigd dat een bergingsomvang van 2,4 mln m3 zeker niet vaststaat en dat de omvang best veel groter kan blijken. Vasthouden aan een drempelwaarde van 5 mln m3 zou zeker in dit geval geen recht doen aan de ernst van het milieurisico voor de polder. 
-        Wij stelden reeds (onbeantwoord Uwerzijds) in onze inspraaknota met betrekking tot het Ontwerp Waterplan 2010-2015 onder 2 dat zeker met betrekking tot de beoogde aanwijzing van de Ronde Hoep voor (gecontroleerde) calamiteitenberging, Strategische Milieubeoordeling c.q. Milieueffect Rapportage (PLanMer) noodzakelijk is. De richtlijn 97/11/EG (categorie 10 onder f : “werken ter beperken van overstromingen”; “landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang”) en/of andere Europese wet- en regelgeving verplichten daar toe. Het is duidelijk dat de “locatie” aanduiding in Uw concept Structuurvisie ten aanzien van de aanwijzing van de Ronde Hoep voldoende “concreetheid” bevat voor toepassing van genoemde Richtlijn en omdat het desbetreffend onderdeel van de Richtlijn niet in de wet is geïmplementeerd kan ook daarom geen beroep worden gedaan op een
drempelwaarde c.q. de gehanteerde drempelwaarde.
 
-        Mede in samenhang met het bovenstaande menen wij, ook met een beroep we op recente jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie, dat met betrekking tot inrichting van de Ronde Hoep voor calamiteitenberging de vraag of Strategische Milieubeoordeling c.q. PlanMer moet plaats vinden, niet mag worden getoetst aan een drempelwaarde. Immers, “de gekozen drempelwaarde(n) ontrekt/ontrekken het project bij voorbaat aan de verplichting om een milieueffectbeoordeling uit te voeren, zonder dat is aangetoond dat dit project geen aanzienlijk milieueffect kan hebben (voor de polder). De drempels houdt ten onrechte slechts rekening met het criterium “omvang van het project” . 
Onze zorg voor milieueffecten als gevolg van inundatie van de Ronde Hoep hebben we al bij vele gelegenheden tegenover U geuit. Zoals bekend dient de Amstel, mede als gevolg van de directe verbinden met de Rijn en de rioolafvoer van Uithoorn, Amstelveen (en Amsterdam) als een  vervuilde waterloop te worden aangemerkt. Voor de goede orde noteren wij dat er tot nu toe nog geen relevante onderzoek (laat staan nauwkeurig onderzoek) is geweest naar de milieueffecten van inundatie in de Ronde Hoep. Er is dus niet aangetoond dat het onderhavige project geen aanzienlijk milieueffect kan hebben.
Strategische Milieubeoordeling (c.q. PlanMer) dient in een zo vroeg mogelijk stadium plaats te vinden om gebreken in de plannen zo snel mogelijk te kunnen bijstellen en om aldus de milieuwinst zo groot mogelijk te kunnen laten zijn. Wij menen dan ook dat een zorgvuldige beoordeling van de milieuproblematiek in het onderhavige onderwerp en met name ter bescherming en handhaving van de Ronde Hoep als uniek cultuurhistorisch monument en duurzaam agrarisch weidelandschap noodzakelijk is . Wij constateren dit en verzoeken derhalve met de grootst mogelijke nadruk dat de Provincie Noord-Holland in casu eerst de vereiste Strategische Milieubeoordelingen c.q. PlanMer onderzoeken uitvoert (en daarvan rapporteert) alvorens door Provinciale Staten over de concept-Structuurvisie zal worden besloten.
Algemeen belang
Het is inderdaad Uw taak als volkvertegenwoordigers om het algemeen belang te dienen. Daartoe behoort echter wel de zorgplicht voor de belangen van de minderheid, vooral als die minderheid de last krijgt opgelegd om de belangen van een (welvarende) meerderheid te beschermen[7]. Juist en vooral in die zorgplicht voor de minderheid ligt de zekerheid van de burger dat zorgvuldig met z’n belangen wordt omgegaan. Tenslotte behoren we allemaal wel eens tot een minderheid.
Op die zorgplicht doen wij hier – wederom – een beroep. Wij vinden dat als gezegd wordt dat iets is onderzocht dat ook moet kunnen worden aangetoond. Wij vinden dat zorgvuldig handelen moet kunnen blijken en niet hoeft te worden aangenomen van een desbetreffende eigen uitspraak. Wij zijn niet tegen het doorhakken van knopen als zodanig. Maar wel als dat gebeurt zonder voldoende zorg voor de kwaliteit van de onderzoeken en processen, zonder respect voor de belanghebbenden en zonder serieuze aandacht voor de alternatieven. Wij menen dat de Provincie zich - ook uit eigen beweging - dient te houden aan wet- en regelgeving en niet tegen waarschuwingen en beter weten in moet wachten op gerechtelijke toetsing.
 
Samenvatting en conclusie
Samenvattend menen wij dat de concept-Structuurvisie 2040 en het bijbehorende PlanMer Rapport te summier is voor serieuze behandeling door Provinciale Staten. Er wordt onvoldoende ingegaan op de beoogde inrichting en gebruik van de polder de Ronde Hoep voor calamiteitenwaterberging en op de gemaakte afwegingen en kostenberekeningen. Er zijn sterke aanwijzingen dat de beslissing tot aanwijzing alleen is gebaseerd op verouderde Globale Rapporten en niet is gebaseerd op voldoende kennis van en inzicht in de werkelijke technische, planmatige en financiële aspecten van het voornemen.  
Mede gezien de werkelijke kosten van het project van tientallen miljoenen euro’s is onvoldoende rekening gehouden met (technische) alternatieve waarvan er sommigen aanzienlijk goedkoper zijn dan calamiteitenberging in de Ronde Hoep en bovendien rekening houden met zowel de afvoer van overtollig water als de wateraanvoer in tijden van droogte. Doorgaan op de ingeslagen weg met de wetenschap dat daardoor onnodige maatschappelijke kosten en risico’s worden gelopen en een duurzame oplossing voor calamiteiten in ons waterbeheer in de weg wordt gestaan is onverantwoordelijk en ons inziens een bestuurlijke doodzonde. En daarmee is het algemeen belang waarvoor U staat niet gediend.
Er is verzuimd de noodzakelijke Strategische Milieubeoordeling (c.q. PlanMer) op het project toe te passen.
Samengevat zijn er vooral 2 hoofdzaken die U ten minste zouden moeten verontrusten:
 
A – Het is niet duidelijk hoe Gedeputeerde Staten (GS) van analyse via advies, gemotiveerde afweging en conclusie tot besluitvorming is gekomen
B - Het ontbreken van een Strategische Milieubeoordeling (c.q. PlanMer) onderzoek en rapportering
 
 
Ad A – Het is niet duidelijk hoe Gedeputeerde Staten (GS) van analyse via advies, gemotiveerde afweging en conclusie tot besluitvorming is gekomen. Wij leggen U in dit verband de volgende vragen voor:
 
1 – Er wordt gemeld, dat alternatieven zijn bestudeerd . Bent U daarvan op de hoogte, heeft U daar kennis van genomen en/of bent U er zeker van dat deze adequaat door GS zijn onderzocht en zo ja waarom?
2- Bent U er met de inmiddels bij u aanwezige wetenschap nog steeds van overtuigd dat GS zorgvuldig alle mogelijkheden heeft onderzocht en zo ja, aan welke informatie ontleent U dan die zekerheid. En waarom hebben wij die informatie dan niet in het kader van ons verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB verzoek) ontvangen?
3- Bent U ervan op de hoogte dat er technische oplossingen zijn die voorzien in de afvoer van calamiteus water en tevens goedkoper zijn dan calamiteitenberging in de Ronde Hoep? Zo, ja vindt U dan ook dat deze alternatieven behoorlijk zijn onderzocht?
4- Indien U bekend is dat het onderzoek sub 3 is gedaan, welke informatie heeft U dan ontvangen en waarom hebben wij die informatie dan niet onder ons WOB verzoek ontvangen?
5 – Heeft u de kosten van deze alternatieven wel gekregen en waarom hebben wij die dan niet ontvangen n.a.v. ons WOB verzoek?
6 – Wat zijn volgens GS de werkelijke (dus niet globale) kosten van het inrichten van de  Ronde Hoep voor calamiteitenberging ? Hoe komt U aan deze kennis?
7 – Heeft u de werkelijke kosten van alle alternatieven kunnen vergelijken en heeft U dat ook daadwerkelijk gedaan?
8 – Wat zal gebeuren als op grond van de Globale informatie wordt doorgegaan met het project en later zal blijken dat de kosten van inrichting en gebruik van de Ronde Hoep inderdaad tientallen miljoenen hoger uitkomen dan nu - ten onrechte – verondersteld?
9 – Weet u of er een geotechnisch onderzoek is gedaan? Zo nee waarom niet, zo ja hoe weet U dat dan?
10 – Bent u op de hoogte van het feit, dat er kleiuitlopers de polder inlopen en daardoor twee verschillende zakkingscoëfficiënten zijn, waardoor in de aan te leggen dijken scheurvorming ontstaat.
11 – Heeft u de berekeningen van de zakkingen tengevolge van kruip gekregen? Door deze zakkingen zijn nieuw aan te leggen (binnen)dijken immers niet standzeker. Indien U ze wel heeft verkregen, waarom hebben wij deze berekeningen dan niet ontvangen n.a.v. ons WOB verzoek?
12– Bent u op de hoogte van het feit, dat de eerste 15 jaar de binnendijken geen werkelijke bescherming kunnen bieden, omdat bij inundatie het water onder dijken doorloopt.
13 –Zijn aan u wèl plannen overlegd om binnendijks een heel groot gemaal aan te leggen, zodat het water teruggepompt gaat worden. Anders heeft het aanleggen van dijken immers geen zin.
14 – Kunt u misschien verklaren waarom de kosten bedoeld sub 13 buiten de berekeningen zijn gelaten?
15 – Bent u op de hoogte van het feit, dat het hier om een niet afgegraven veenpolder gaat?
16 – Bent u op de hoogte van het feit dat kleidijken inzakken en dat nergens melding is gemaakt van de noodzaak van het periodiek ophogen van die binnendijken.
17 – Draagt U er kennis van dat het niet gaat om binnendijken in de polder van 50cm, maar in werkelijkheid - vooral aan de zuidooskant – om  binnendijken van 174 cm hoogte waardoor het uitzicht op de wijdse polder wordt benomen die mede daardoor de belangstelling van de recreanten zal verliezen.
18 – Waarom is er geen technische onderbouwing over de wijze van aanleg van de dijken?
19 – Worden er eerst dijken van 250cm aangelegd, zodat ze sneller zakken en na 8 jaar aan de benodigde 174 cm komen? Een calamiteit kan immers iedere dag plaats vinden zodat de voorzorg maatregelen ook iedere dag op orde moeten zijn!
20 – Is aan u wèl een windkrachtrapport overlegd, waarop de breedte en hoogte van de dijken zijn gebaseerd.
21 – Hoe hoog moet de dijk bij de Voetangel komen, als er windkracht 9 bij westenwind staat?
22 – Op welke gronden meent de provincie en het waterschap zonder vergoeding grond van de boeren in beslag te kunnen nemen [8] ten behoeve van de aanleg van binnendijken en waarom wordt niet aangeboden die gronden aan te kopen? De aanleg van die binnendijken zal immers geschieden als gevolg van de inrichting van de polder ter bescherming van 1,5 miljoen inwoners van Amsterdam/Amstelland?
23 – Waarom wordt er gesteld dat er 900 hectare beschikbaar is voor inundatie, terwijl door het aanleggen van de kades en het natuurgebied effectief er maar 670 hectare beschikbaar is?
24 – Gezien voorgaande blijkt dat er op onzorgvuldige wijze besluiten worden genomen, terwijl de werkelijke kosten niet zijn berekend.
25 - Kunt u ons uitleggen waarom er gesproken wordt over 20 getroffenen, terwijl er in werkelijkheid 300 bewoners risico lopen?
26 - Kunt u ons uitleggen waarom er wel met LTO wordt overlegd en niet met eigenaren van andere bedrijven en particulieren? 
27- Waarom staat GS verrommeling van een eeuwen oude cultuur historische polder toe zonder zorgvuldige afweging van de alternatieven en waarom zouden Provinciale Staten een dergelijke onverantwoordelijke stap van GS sanctioneren?
 
Ad B - 28– Waarom wordt geen Strategische Milieubeoordeling (c.q. PlanMer) uitgevoerd? De signalen (zoals vervuilde Amstel) zijn ernstig genoeg.
 
Het zou te gemakkelijk zijn om onze argumenten af te doen met cynische opmerkingen als zouden wij alleen maar oog hebben voor ons eigen belang zonder begrip voor het algemeen belang te kunnen opbrengen. Uit het bovenstaande moge juist blijken dat in onze reactie  geen sprake is van strijdigheid van onze individuele belangen met het algemeen belang. Het gaat hier om een juiste en zorgvuldige bediening door de Provincie van het algemeen belang èn individuele belangen. En daar kan alleen de Provincie onder Uw controle verbetering in aan brengen.
Al met al menen wij dat het voorliggende concept Structuurvisie 2010-2015 met bijbehorende PlanMer Rapport ter zake van de Ronde Hoep onvoldoende basis biedt voor een besluit door Provinciale Staten en wij verzoeken U hetzij de aanwijzing van de Ronde Hoep uit de Structuurvisie te doen verwijderen of de besluitvorming ter zake te verdagen totdat GS de noodzakelijke additionele onderzoeken en afwegingen werkelijk zorgvuldig heeft afgerond, op grond daarvan juist heeft geconcludeerd en daarover correct heeft gerapporteerd. Tevens verwachten wij dit keer ook graag een gedegen en goed beargumenteerde reactie op alle onderdelen van deze Inspraak Nota en niet alleen op die onderdelen waarop beantwoording gemakkelijk genoeg is.     
Hoogachtend
Stichting De Ronde Hoep
Namens deze
 
 
 
W.J.Aalders


[1] Zie Nota van Beantwoording bij de zienswijzen op het Ontwerp Provinciaal Waterplan 2010-2015, blz 27
[2] Slechts 2 dunne mapjes met voornamelijk de externe rapporten en onze brieven, echter zonder interne notities en/of verslagen etc.
[3] Art 5 concept samenwerkingsovereenkomst tussen de Provincie Noord-Holland, de Gemeente Ouder-Amstel en het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht handelt over planschade en het adagium “Gemeente bepaalt, waterschap betaalt”.
[4] Graag zullen wij een desbetreffend verzoek Uwerzijds voor meer exemplaren honoreren.
[5] Het bergend vermogen van de polder dient te worden verminderd met het reservaat van 170 ha, dat vanwege seizoen al is (kan zijn) afgevuld met water en dus niet beschikbaar is door berging en verminderd met het oppervlak van de binnendijken en afgesloten percelen van in totaal circa 60 ha. (900 – 170 – 60 = 670 ha) 
[6] Zie hierna onder “Strategische Milieubeoordeling ex. Europese Richtlijnen/ PlanMer “
[7] De bezittingen van 300 inwoners van de Ronde Hoep ingezet ter bescherming van de belangen van zo’n 1.500.000 inwoners van Amsterdam/Amstelland tegen een bestreden schadevergoedingsregeling!
[8] De ondergrond van de binnendijken kunnen niet meer voor de bedrijfsvoering worden gebruikt!
 
© De Rondehoep, Deze pagina is het laatst gewijzigd op: 27-02-2010