Over ons                                                
 
 
     
 
     
 
     
 
     
 
Technisch vernuft als alternatief voor noodberging  
de Ronde Hoep
 
 
Afbeelding van de polder uit de 17e eeuw

De Stichting De Ronde Hoep vertegenwoordigt en wordt gedragen doorde meerderheid van de bevolking van de polder de Ronde Hoep.
 
De polder de Ronde Hoep, een vroeg middeleeuwse polder en het grootste aaneengesloten weidegebied ten zuiden van het Amsterdam-Rijnkanaal en van Ouderkerk aan de Amstel, is gelegen aan de Amstel in de kop van het Groene Hart.
 
Het doel van de Stichting De Ronde Hoep is de instandhouding van de polder de Ronde Hoep als onaangetast weidegebied voor agrarisch gebruik.
 
De polder dreigt door de Provincie Noord-Holland en het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht te worden gebruikt voor waterberging in geval van een “calamiteit”. Een “calamiteit” zou zich voordoen als het aanbod van water, bijvoorbeeld als gevolg van massale neerslag, de afvoermogelijkheid overschrijdt. Inrichting van de Ronde Hoep voor waterberging zou als voorbeeld moeten dienen voor gelijksoortig gebruik van andere polders.
 
De Stichting de Ronde Hoep is tegen het inrichtingen van de polder voor (nood)berging, om de volgende vier redenen.  
1.De onderzoeken waarop de overheden zich zeggen te baseren zijn moeilijk te beoordelen omdat deze niet openbaar gemaakt zijn. Uit wat daarover wel bekend is geworden en niet door de overheden wordt tegengesproken blijkt dat hun validiteit overwegend op beleidsmatige aannames is gebaseerd en niet op wetenschappelijke. Voorbeelden zijn de aannames dat belendende overheden, belast met overstromings-management, nooit maatregelen of interventies zullen treffen ten behoeve van de veiligheid in hun eigen jurisdictiegebied die het calamiteuze wateraanbod in de Amstel zullen doen toenemen; en dat de te bouwen inlaatwerken nooit gebruikt zullen worden voor het afvangen van piekbelastingen. Vervallen dergelijke aannames als gevolg van geenszins denkbeeldige noodgedwongen bijstellingen in het beleid, dan vervalt in dezelfde mate de validiteit van de onderzoeks-resultaten waarop de huidige keuze van de overheden is gebaseerd.
 
2.De alternatieven die de overheden zeggen onderzocht te hebben zijn deels tegenstrijdig. De overheden hebben inmiddels moeten terugnemen dat de capaciteit van het zeegemaal bij IJmuiden en het gemaal bij Amsterdam-Zeeburg onvoldoende zouden zijn. De uitmaalcapaciteit van beide gemalen is zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk meer dan voldoende om bij de vigerende interventiemarges een calamiteus wateraanbod van 2,4 miljoen kubieke meter uit te malen op resp. de Noordzee en het IJsselmeerbekken.
Het probleem is alleen dat de bestaande waterlopen, die deels door het stedelijk gebied van Amsterdam gaan, beperkingen kennen om de uit te malen hoeveelheid tijdig aan de gemalen aan te kunnen bieden. Het afgewezen alternatief van het realiseren van extra kanalen naar de gemalen toe was kennelijk bedoeld dit probleem te ondervangen. Voor zover die afwijzingsgronden terecht zijn is het thans door de bewoners aangedragen alternatief van “aquatunneling” o.m. bedoeld om die bezwaren weg te kunnen nemen.
  
3.De overheden willen en kunnen ook niet garanderen dat wanneer de polder de Ronde Hoep geschikt wordt gemaakt voor calamiteitenberging door middel van inlaatwerken voor gereguleerde inundatie, de maximaal in te laten hoeveelheid water beperkt zal blijven tot 2,4 miljoen kubieke meter water. Integendeel, zij erkennen dat onder calamiteuze omstandigheden besloten zou kunnen worden meer in te laten dan die 2,4 miljoen en wel tot een maximale hoeveelheid die gelijk staat aan de hoeveelheid die de polder in zou komen bij het doorsteken van de dijken. Alle secundaire veiligheidsvoorzieningen in het kader van gereguleerde inlaat, zoals de extra dijken in de polder ter bescherming van woningen zijn daar alsdan niet op berekend. E.e.a. betekent dat de overheden de veiligheid die met de door hen gekozen oplossing aan de bewoners wordt toegezegd, zelfs binnen die oplossing niet kunnen garanderen.
 
4.De overheden hebben hun verklaring moeten terugnemen dat bij het inlaten van water in de polder alle meekomende slib zal worden afgevangen. Nu spreekt men van een beperking van de meekomende slib. Omdat met slib vervuild water zich gedraagt als een colloïdale oplossing zal binnen de bestaande interventiemarges voor calamiteitenberging de hoeveelheid slib die afgevangen kan worden verwaarloosbaar zijn. Dit betekent dat bij een inlaat van 2,4 miljoen kubieke water ca. 9.600 ton (sterk) vervuild slib mee de polder in zal komen en na uitmaling achter zal blijven. De waterkwaliteit van de Amstel is slecht. De uitmaal-marge van minimaal enkele weken en, maximaal enkele maanden, wordt gepresenteerd als een inspanningsverplichting en niet als een prestatieverplichting. Mede gelet op Europese regelgeving terzake van landbouwproductie betekent die situatie het definitieve einde van de polder als voedselproductiegebied.
 
En, omdat er betere technische methoden beschikbaar zijn!
 
 
“Aquatunneling” als technisch alternatief
 
“Aquatunneling” maakt grootschalig (en wellicht ook versneld) transport van water mogelijk met gebruikmaking van ondergrondse pijpleidingen. In het geval van de polder de Ronde Hoep zou dat neer kunnen komen (zonder het zeegemaal bij IJmuiden bij voorbaat uit te sluiten) op het horizontaal boren van pijpleidingen met een doorsnede van zo’n 2 meter. Tezamen met reeds bestaande waterlopen kan dan worden voorzien in voldoende capaciteit om binnen de geldende interventiemarges een extra hoeveelheid van zo’n 2,4 miljoen kubieke meter water uit te malen. Hierbij zou, wellicht, een combinatie gevonden kunnen worden met twee pijpleidingen die al onder de Ronde Hoep doorlopen (met een diameter van ca 1,2 meter), en thans alleen de bestemming hebben om ten behoeve van drinkwaterproductie Lekwater naar de Kennemer duinen te vervoeren. Het tracé zou bijvoorbeeld kunnen lopen vanaf de Amstel naar het gemaal Zeeburg, wellicht met gebruikmaking van het buizennetwerk vanuit het Markermeer onder het Amsterdam-Rijnkanaal naar Amsterdam (voor de aanvoer van zoet water in tijden van droogte). Ook zou kunnen worden gedacht aan verbinding met eventueel aan te leggen pijpleidingen van Groot Mijdrecht-Noord naar het Amsterdam-Rijnkanaal.  
 
Strikt genomen is een dergelijke waterafvoervoorziening voor de probleemstelling in de polder de Ronde Hoep voldoende. In gesprekken die de stichting al heeft gevoerd met o.a. De Waterdienst van Rijkswaterstaat en het Hoogheemraadschap zijn als bijkomende functies geopperd de opslag van water voor droogtecompensatie en het inmalen van water om met goed water slecht water te kunnen verdringen. Er zijn nog andere positieve kanten aan deze technologische oplossing. Het versterkt het het innoverende karakter van het Nederlandse water beheer, en maakt op macro-economisch niveau een reële ROI mogelijk. maken. Dit alles zou echter in een haalbaarheidsonderzoek aan de orde moeten komen. Als eenmaal is gekozen voor de gemakkelijke noodbergingsoplossing is de kans groot dat onderzoek en inzet van geavanceerde technische middelen zullen uitblijven.
 
Met pijpleidingen kan een meer anticiperend waterbeheer worden gevoerd. Men hoeft dan niet tot op het laatste nippertje te wachten met het wegwerken van het wateroverschot. Op basis van de weersverwachting kan anticiperend worden uitgemalen tot een minimaal toegestaan boezempeil. En indien de weersvoorspelling niet uitkomt en de verwachte massieve neerslag uitblijft, kan de boezem weer worden aangevuld door het water weer terug te malen.    
 
Natuurlijk is het belangrijk om het kostenaspect niet uit het oog te verliezen. Het financiële argument mag echter niet te vroeg worden gebruikt. Indien de techniek ons nieuwe methoden aanreikt, moeten die serieus worden genomen en niet met verouderde normatieve denkwijzen worden afgewezen. Bovendien moet bij multifunctioneel gebruik van een technische oplossing een juiste allocatie van de kosten plaatsvinden. Dan pas kan een evenwichtige afweging worden gemaakt tussen de verschillende oplossingsvarianten.
 
In het kort samengevat: Inrichting van de Ronde Hoep voor calamiteitenberging schept de verleiding, en dus waarschijnlijkheid, dat deze polder zal worden ingezet voor piekberging. Zittende overheden kunnen geen garanties geven voor wat hun opvolgers zullen beslissen. Wanneer de polder hierdoor onvermijdelijk zal zijn vervuild moet verwacht worden dat de regelgeving van bij zuivelproductie betrokken instanties jarenlang agrarische productie zal beletten. Zonder koeien heeft de Ronde Hoep geen bestaansrecht en zal het ook als middeleeuws Nederlands landschap verdwijnen.
 
Als de overheden geen goede studie kunnen maken, dan wij wel! 
 
 
 Stichting de Ronde Hoep
 
 
© De Rondehoep, Deze pagina is het laatst gewijzigd op: 27-02-2010