Provincie                              
 
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
Inspraak PS Cie Ruimte van 30-11-2006 door W.J.Aalders  
 
Meneer de voorzitter
 
Ik ben een vertegenwoordiger van De Ronde Hoep, een stichting in oprichting waarbij een meerderheid van de bewoners van de polder de Ronde Hoep zich heeft aangesloten. Ik woon wat heet “in de Waver” op nr 37B.
Voorzitter, dames en heren leden van dit college,
U zou niet geïnteresseerd zijn in details werd ons verteld van de zijde van de Provincie. Ik zal het daarom bij de grote lijnen houden.
 
In januari werden de bewoners in een voorlichtingsavond opgeschrikt door een uiterst deskundige presentatie van een gecompliceerd probleem dat bleek uit te monden in de noodzaak om de polder de Ronde Hoep bij een zogeheten calamiteuze gelegenheid onder water te zetten. Tevens werden we vriendelijk uitgenodigd om op een en ander terug te komen en met de betrokken overheden te overleggen. En dat hebben we geweten. In de daaropvolgende maanden hebben wij ons het hoofd gebroken over de aangeboden problematiek en na half te zijn verdronken in een zee van informatie hebben we in april een brief aan PS en GS verzonden met onze twijfels en vragen. Daarop kregen we vlak voor de grote vakantie een uitgebreid antwoord van GS. Ook hiermee bent U bekend.
 
Tijdens de voorlichtingsavond van 18 januari j.l. kregen we de mededeling te verwerken dat het hoe dan ook zeer waarschijnlijk is dat onze polder bij een calamiteit onder water zal worden gezet. Zulks op grond van de veiligheidsbevoegdheden van de commissaris van de koningin. Dit kwam voor ons als een donderslag bij heldere hemel. En ik kan U zeggen dat deze mededeling nog steeds niet bij alle bewoners geheel is doorgedrongen. Dit was nieuw. Ineens was het niet meer zo dat we als Amstellanders met z’n allen onder de zeespiegel wonen. Neen, bij extreme wateroverlast zal de Ronde Hoep de reddingsboei zijn waarop de andere polders in Amstelland met dichterbevolkte gebieden blijven drijven. Fijn voor die anderen! Maar nu al zeer schadelijk voor ons.
 
Sommigen van U hebben onze polder bezocht. Zij begrijpen misschien dat het ons niet alleen maar gaat om financiële schade. Die polder is te mooi en heeft agrarisch, voor de natuur en cultuurhistorisch te veel betekenis om lichtvaardig mee om te gaan. Het is niet voor niets dat in de kortste tijd een meerderheid van bewoners, agrariërs en anderen, de handen ineen hebben geslagen. Zij hebben , naar ik U kan verzekeren, de zeer sterke overtuiging en het voornemen om de Ronde Hoep niet te laten offeren wellicht tenzij het onomstotelijk vaststaat dat er geen betere oplossingen zijn.
 
Tijdens genoemde voorlichtingsavond ontspon zich een korte discussie over vertrouwen of liever gezegd gebrek aan vertrouwen van sommige aanwezigen in de overheid. 
Heeft de overheid recht op vertrouwen van de bewoners of moet dat vertrouwen ook door de overheid worden verdient? En hoe staat het daar in onze situatie mee?
 
Ik noem U enkele overwegingen. Ik probeer het kort te houden in verband met de tijd.  
 
  • Tijdens de voorlichtingsavond van 18 januari j.l., en tijdens het overleg met de heer Poelmann van 24 oktober j.l. (verslag nog steeds niet beschikbaar) en bij andere gelegenheden werd met betrekking tot de variant met gecontroleerde inlaat bij herhaling en met de grootst mogelijke duidelijkheid en ongeclausuleerd 100% schadevergoeding, omkering van de bewijslast en invoering van 1 loket beloofd. Maar wat zien we. In het antwoord van GS op onze brief van 26 april j.l. en ook in de U en ons toegezonden conceptschaderegeling wordt gesproken van “adequate” schadevergoeding en niet over omkering van bewijslast noch van de invoering van 1 loket. Een twijfelachtige nuancering, zou ik denken. 
  • En hebben onze rechtsopvolgers de zelfde rechtsbescherming als wij? Of kan de provincie (Hoogheemraadschap) zich tegen hen beroepen op schadeacceptatie door de wetenschap hunnerzijds van de mogelijkheid van inundatie van de polder? Hierover lees ik niets in de Pilot noch in het antwoord van GS. Wij gaan hier in onze reactie op het antwoord van GS in en wachten op antwoord (onze reactie maakt geen deel uit is van de aan U uitgereikte stukken).  
  • In de Pilot en het antwoord van GS wordt nadrukkelijk gesteld nu en in de toekomst alleen voor calamiteitenberging zal worden ingezet en niet voor piekberging of anderszins. Tijdens het overleg met de heer Poelmann bevestigde deze dat hij de kans groot acht dat een eenvoudig inzetbare prachtige en dure inundatie installatie in de Ronde Hoep zeker op termijn ook bij andere gelegenheden zou kunnen worden ingezet bv. als dat gemakkelijker of efficiënter zou zijn dan andere oplossingen. Zoiets is menselijk meent hij. En dat menen wij ook. Toch blijkt deze nieuwe informatie de eerstgenoemde op z’n minst niet te bevestigen en m.i. zelfs tegen te spreken.  
  • Tijdens overleg met een deskundige van AGV werd ons medegedeeld dat AGV en Waterstaat niet dezelfde opvatting hebben over de kans dat een calamiteit zal optreden. Waterstaat meent minder dan 1 in de 1000 jaren en AGV meent (zoals ook in de Pilot opgenomen) minder dan 1 in de 100 jaren. Het verschil zou gelegen zijn in de kans op menselijk falen in de communicatie. Als je dat hoort dan zou je toch denken dat het probleem beter kan worden opgelost met deskundige communicatie begeleiding in plaats van het onder water laten lopen van een vroeg middeleeuwse polder.  
  • Overigens hebben we zo ook onze twijfels over andere risicoannotaties. Is het trouwens niet zo dat de normering voor de bedijking strenger zou moeten zijn als we rekening houden met klimaatverandering (Jan Boelhouwer (PvdA) vlgs NRC van 2-11-2006) en dat een geheel andere risico-inschatting – ook voor calamiteitenberging - daarvan het gevolg zou kunnen zijn? Wij bespraken een en ander in onze reactie op het antwoord van GS (dat niet aan Uw stukken is toegevoegd) waarop wij nog geen antwoord ontvingen.  
  • In onze brief betwijfelden wij dat inderdaad alle alternatieven in volle omvang zijn geïndividualiseerd en onderzocht. Wij begrijpen dat de oplossing moet liggen in waterberging of technische maatregelen en/of een combinatie daarvan. Naar ik begrijp van deskundigen van AGV zijn die technische varianten niet grondig genoeg onderzocht en zeker niet even grondig als de piek- en calamiteitenberging.  
  • En dan het alternatief van de polder Groot Mijdrecht Noord, waarvoor vaststaat dat een watertechnische verandering noodzakelijk is. Wellicht aangespoord door onze brief begrijpen wij dat hier, nu ook in de ogen van de Provincie, veel meer mogelijkheden voor calamiteitenberging liggen dan aanvankelijk gedacht. Ook met de timing hoeft het niet zo ernstig te zijn als aanvankelijk voorgesteld. Zo zou volgens de bestuursnotitie van Herbiform (concept 10 oktober 2006) uitvoering in Groot Mijdrecht Noord reeds in 2010 kunnen starten en in het westelijk gedeelte vanaf 2012. Dat is misschien wat optimistisch, maar 2025 lijkt wel weer erg zwartgallig.
Prudentie is ook hier bittere noodzaak, want twee deels met hetzelfde doel onderwater gezette polders aan weerszijde van de Waver zou toch wel een erg malle vertoning zijn
Al met al menen wij dat het onderzoek nu pas een beetje begonnen is. En dan heb ik het ook over het onderzoek naar de mogelijk zeer vergaande beschadiging van de bilogische landbouw in de polder, door mogelijke ophoping van verontreinigd slib (en andere niet-biologische stoffen) aan de lage zijde van de polder.
 
Kortom, welke waarde moeten we toekennen aan de uitspraken van de overheid in dit proces? Wij menen dat openhartig overleg op basis van goed gefundeerde argumenten mogelijk moet zijn tussen overheid en burger. Een faire behandeling mogen we toch tenminste van elkaar verwachten. Onzerzijds hebben wij niets te verbergen.
 
Ons gesprek met de heren Poelmann en Bakker stemt ons hoopvol ten aanzien van voortzetting van het overleg in de zelfde constructieve sfeer. Wij vragen U dan ook met de meeste nadruk, U bent immers ook onze volksvertegenwoordigers, om voortzetting van het overleg te ondersteunen en het thans op gang gekomen vruchtbare gesprek tussen onze groep en GS niet vroegtijdig te onderbreken zodat wij vanuit onze gerechtvaardigde zorg een zo constructief mogelijke bijdrage kunnen leveren..
 
LATEN WE DUS VERDER PRATEN OM, BINNEN ONZE VERMOGENS, GEZAMENLIJK TE KUNNEN ZOEKEN NAAR EEN CONSTRUCTIEVE OPLOSSING.
 
Dank U. 
 
 
W.J.Aalders/ 30-11-2006

 
© De Rondehoep, Deze pagina is het laatst gewijzigd op: 27-02-2010